‘Ik ben bijna blind en loop marathons’

Peter Dijcks uit Den Haag loopt al ruim dertig jaar elke dag hard. Marathons zijn favoriet, die loopt hij onder de drie uur. Dat werkt mee aan het beeld dat anderen van hem hebben. Sinds zijn geboorte kampt hij met een visuele beperking. ‘Ik heb iets waar ik goed in ben, en dat geeft een fijn gevoel van eigenwaarde.’

‘Iedereen op kantoor kent mij van het hardlopen. Ik werk op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en kom al 25 jaar elke dag rond lunchtijd in mijn hardloopkloffie naar beneden. Dan loop ik een rondje door het Haagse Bos. Hardlopen helpt me te ontspannen. Na een uurtje is mijn hoofd leeg. En zit dan weer zo fris als een hoentje achter het beeldscherm. Ik ben nog nooit een dag ziek geweest.’ 

Peter Dijcks 03 800

Kwalificeren voor Paralympische Spelen

Peter heeft inmiddels 45 marathons op zijn naam staan. En dat doet hij niet onverdienstelijk: zijn persoonlijk beste tijd is 2 uur en 51 minuten. Tijdens het WK Marathon van 1998 eindige hij als zevende. Ook trainde hij voor de Paralympische Spelen van Barcelona en Sydney. Tijdens de marathon van Rotterdam in 2007 deed hij een poging om zich te kwalificeren voor Peking. Hiervoor moest hij onder de 3 uur lopen. Op 29 seconden na redde hij het niet. Toch kijkt hij met plezier terug: ‘Alle Nederlandse lopers die zich wilden kwalificeren voor de Olympische Spelen verbleven in hetzelfde hotel. De ochtend van de marathon liepen we samen naar de start. Mijn trainer mocht de route meefietsen. Het is bijzonder om een olympische kwalificatiewedstrijd mee te maken.

Couveuse 

Aan zijn sportprestaties merk je niet dat Peter kampt met een visuele beperking. Aan zijn linkeroog is hij blind en met rechts ziet hij 1,5 procent (reikwijdte 1,5 meter, hij ziet geen details). Peter: ‘Mijn tweelingbroer en ik waren twee maanden te vroeg geboren en lagen vervolgens een tijdje in een couveuse. Helaas stierf mijn broer en liep ik ernstige schade op aan mijn netvlies. Gelukkig heb ik een manier gevonden om zelfstandig te rennen en ook aan wedstrijden mee te doen. Ik oriënteer me op een medehardloper en loop achter hem of haar aan. Op deze manier heb ik iemand die mij onbewust de weg wijst.’ 

Schaamte

Zo zelfverzekerd als hij nu over de weg rent, was Peter niet altijd. ‘Vroeger schaamde ik me voor mijn hardloopaspiraties. Iemand die bijna blind is, kan toch niet hardlopen? Ik maakte wel mijn rondjes, maar dan ’s avond in het donker. Niemand mocht mij zien. Verder dan 200 meter kwam ik niet, want durfde niet verder alleen. Toen een vriend voorstelde om voortaan samen te trainen, aarzelde ik. Maar ik ging overstag en na een paar weken kreeg ik meer zelfvertrouwen. Op een gegeven moment had ik zoiets van: ik ben blind en mag hardlopen, het hoort bij mij!’ 

Handgeschreven briefjes

Ook in zijn werk is Peter gedreven. Vanwege zijn visuele beperking heeft hij wel een aantal aanpassingen nodig. Gewone teksten lezen op zijn beeldscherm gaat bijvoorbeeld niet. Via zijn werkgever heeft hij een braille-lezer op zijn computer en werkt hij met een programma dat geschreven teksten uitspreekt. Ook heeft Peter een printer die teksten in braille print. Soms is hij toch afhankelijk van collega’s. ‘Als we bijvoorbeeld in de Tweede Kamer zitten kan ik die handgeschreven briefjes van de minister niet lezen. Dan moet een collega dat even voor mij doen.’ 

Peter Dijcks 01 800

Labrador Okke 

Sinds 1,5 jaar heeft hij een geleidenhond, Okke. Peter: ‘Toen ik nog op de locatie Laan van Nieuw Oost-Indië werkte, liep ik een paar honderd meter over een weg zonder veel verkeer. Nu moet ik een drukke straat doorkruizen en dat maakt het voor mij lastiger. Okke is dus onmisbaar. Mijn collega’s vinden hem ook geweldig. Ze zijn gewend dat hij mee naar kantoor gaat. Wel moet ik altijd vertellen dat ze niet op hem mogen reageren. Als Okke zijn tuigje aan heeft, is hij aan het werk. En zonder tuigje is hij gewoon hond. In de pauze gaan we samen naar het Haagse Bos. Ik ben momenteel geblesseerd en zo kom ik toch aan mijn dagelijkse rondje.’ 

Foto’s: Jurgen Huiskes

You never walk alone

‘Heb jij een hele marathon gelopen?’ Deze vraag is me de afgelopen weken regelmatig gesteld. Toegegeven, ik zie eruit als een meisje dat haar moeder net kwijt is geraakt. Niet als een marathonista. Met mijn korte pootjes zet ik twee keer zoveel pasjes. Dat voelt ook als twee keer zo hard doorstappen. Daardoor weet ik dat je soms moet strijden voordat iets een keer lukt.

IMG_4885Op 7 april liep ik marathon nummer zeven, in mijn geliefde Rotterdam. Toen ik de finish aantikte, gierde er een tsunami aan emoties door mijn lijf. Het was alsof ik uit een dolle rit in de achtbaan stapte. Want het blijft natuurlijk een teringend lopen. Ik dacht 42 kilometer lang aan van alles. Aan het blessureleed van vorig jaar. Aan vieze gelletjes. Aan de afwas. Aan frietjes met veel mayonaise.

Op de hoek van de Coolsingel, bij de 41 kilometer zag ik mijn trainer Harrie staan. Ik zag de twinkeling in zijn ogen. We wisten allebei dat het goed zat. Al die maanden keihard werken aan iets waar we allebei ontzettend in geloofden, was werkelijkheid geworden. En hoe. Ik wist mijn PR met ruim drie minuten aan te scherpen: 3.39.12.

Hoewel ik er nu zeven op mijn naam heb staan, blijft het lopen van een marathon speciaal. Ik ben niet gezegend met bergen looptalent, dus moet ik er veel voor doen. Het komt helaas niet vanzelf aanwaaien. Bij elke marathon begin je weer vanaf nul. Je bent zo goed als je laatste prestatie. Ik wilde daarom die nare bijsmaak van de marathon in Berlijn wegspoelen. Geen man met de hamer meer. Niet meer bijna afhaken bij de 28 kilometer. Ik was teleurgesteld in mezelf en zat daarna maanden in een helse hardloopdip.

Blog You never walk alone - Coolsingel

Dat moest deze marathon anders. In aanloop naar Rotterdam heb ik de hulp ingeschakeld van een aantal lieve mensen: een loopcoach, een personal trainer, een fysiotherapeut en een masseur. Het is tof om een team van professionals achter je te hebben staan. Een marathon lopen doe je niet alleen. Ik niet tenminste.

Als ik eenmaal iets wil, ga ik er ook voor de volle honderd procent voor. Ik heb me maandenlang de pleuris gewerkt. Naast vier keer in de week trainen, ging ik ook twee keer per week naar de sportschool. Dat was best pittig voor een amateurtje met een fulltime baan aan de andere kant van het land. Het voelde vaak als drie slagen in de rondte squatten, van links naar rechts en van onder naar boven.

Er waren dagen dat ik het echt niet meer leuk vond. Het ging namelijk niet meteen van een leien dakje. Pas na een paar maanden merkte ik vooruitgang. Ik werd fitter, sneller en viel prompt vijf kilo af. Maar de belangrijkste les die ik had geleerd was om gewoon mijn leven te leiden. Niet te veel nadenken. Toen ik weer begon te genieten van het lopen en blij was met wat ik had in het leven, ging het vanzelf beter.

Blog You never walk alone - met RudiardIk kijk met een glimlach terug op mijn vrijwillige sportmartelingen. Het werd loon naar werken. Ik loop nu een half decennium marathons en deze laatste in Rotterdam vind ik mijn mooiste tot nu toe. Dat was het moment waarop alles klopte. Wat een euforie! Ik voelde die dag iets ongewoons, het heet gelukkig zijn. Na afloop flaneerde ik trots met mijn medaille over de Coolsingel. Het bewijs dat ik mee had gedaan. Aan een hele.

‘Hardlopen is voor iedereen’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Dit wordt het jaar van Jacques Kusters. De eigenaar van Runnersworld Tilburg (54) ziet op 28 mei zijn hardloopsprookje uitkomen. Hij organiseert dan de eerste marathon in zijn stad. ‘Het wordt een feest voor alle lopers en supporters.’

20091128 152300‘Ik herinner het me nog goed. Het was onze eerste werkdag. Samen met mijn vrouw was ik op weg naar onze nieuwe hardloopwinkel. Ik zei: Wat is Tilburg toch een mooie sportstad. Zou het niet geweldig zijn als hier ooit een marathon zou komen? We keken elkaar aan en zaten de rest van de rit zwijgend in de auto. Die marathongedachte heb ik nooit meer losgelaten.’

Groen licht

Zeven jaar later wordt zijn droom werkelijkheid. Eind december krijgt Jacques het groene licht om de eerste marathon in Tilburg te organiseren. Speciaal voor dit project richt hij de stichting Marathon Tilburg 2017 op. Zo kan de ondernemer het werk voor de marathon scheiden van zijn winkel. Het bestuur bestaat uit vijf personen en vergadert elke vrijdagavond om 20 uur. Een van de eerste agendapunten is het prikken van een datum. ‘We wilden het evenement graag in het voorjaar houden. Zelf vind ik het heerlijk om in de winter te trainen voor een marathon. Daardoor heb ik altijd met plezier gelopen in Rotterdam. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik hier aan terugdenk.’

Kookwekker

Jacques heeft inmiddels 20 marathons op zijn erelijst staan. Hij kan zich geen leven zonder hardlopen voorstellen. Hardlopen maakt hem gelukkig en hij gunt iedereen dat geluksgevoel. Als er mensen om zijn advies vragen, helpt hij graag. Zo kwam er een tijdje terug een vrouw in de winkel die glunderend naar zijn schoenen staart. ‘Ze wil graag leren hardlopen, maar denkt niet dat het iets voor haar is. Tuurlijk wel, zeg ik. Hardlopen is voor iedereen. Ik doe het gewoon, roept ze, en koopt een paar hardloopschoenen. Als ze drie kilometer kan lopen, gaat ze zichzelf trakteren op een hardloophorloge. Voordat het zover is, neemt ze nog een kookwekker mee. Ik heb haar op weg geholpen en nu loopt ze 5 kilometer aan een stuk.’

14595822_1118597424861048_2081802752136891652_nEnthousiaste vrijwilligers

Heel Tilburg kijkt uit naar de eerste stadsmarathon. Jacques weet dan al snel een club van enthousiaste vrijwilligers van lopers en niet-hardlopers om zich heen te verzamelen. Ze helpen onder andere met flyeren, het parcours verkennen, het geven van hardlooptrainingen en schrijven van blogs. ‘We willen met zijn allen Tilburg op de kaart zetten. De marathon wordt een feest voor iedereen: bewoners, supporters, winkeliers, sponsoren, de gemeente, horecaondernemers en natuurlijk de lopers zelf.’

Er is volgens Jacques maar één nadeel aan de Marathon van Tilburg: ‘Ik mag als organisator zelf niet meedoen. Tja, daarom loop ik dit jaar weer in Rotterdam.’

Boston is the dream

Herken je dat? Dat je het warm krijgt van iets dat je heel graag wilt? Fit zijn als Dafne Schippers bijvoorbeeld. Wie wil dat nu niet? Supersterk, superslank en supersnel. Waar kan ik tekenen! Zo’n lijf als dat van onze sprintkoningin krijg je natuurlijk niet zomaar. Voor haar topprestaties moet ze diep gaan. Elke dag bikkelen om beter te worden. Een ijzeren discipline heb je nodig. Geen wijntjes, minder koekjes en veel groenten. Elke dag twee keer keihard trainen, of je daar nu zin in hebt of niet. De lat ligt torenhoog.

IMG_2826De snelste vrouw op aarde word ik niet (meer). Dat is natuurlijk ook nooit mijn doel geweest. Net als de meesten van jullie ben ik gewoon een recreatieve loper. Wel eentje met ambities. Op mijn eigen niveau.

In een van mijn eerdere blogs vertelde ik over mijn plan om de World Marathon Majors te lopen. Alle zes. Na New York liep ik op 25 september de Berlin Marathon. Daar kan ik kort over zijn. Het was loodzwaar! Ik kwam de Man met de Hamer tegen. Die had ik sinds mijn eerste marathon in 2013 niet meer gezien. Na de 25 kilometer viel mijn plan in duigen.

Teleurstelling hoort er ook bij. In Berlijn liep het niet zo gesmeerd als ik gewend ben. Een marathon lopen is namelijk soms over je pijngrens heengaan. De truc is om jezelf te vermannen. Rennen, vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik heb op karakter de resterende 17 kilometer uitgelopen. Die medaille heb ik alsnog met trots om mijn nek gehangen. Wir haben es geschafft!

blog-boston-berlijn-met-medailleIk wil nu meedoen met die van Boston. Editie 2018, om precies te zijn. En dat is niet zo makkelijk. Het is de enige marathon waar je je als loper voor moet kwalificeren. Een elitemarathon dus. De lat ligt hoog, want de organisatie hanteert rappe kwalificatietijden. Alleen de beste recreatielopers mogen meedoen. Je hebt ofwel bergen talent nodig, ofwel heel veel overtuiging en doorzettingsvermogen. Tja, ik moet dus voor optie twee gaan.

In april 2018 ben ik veertig jaar. Ik moet dan binnen nu en een jaar een marathon van onder de 3 uur en 45 minuten lopen. Er dingen veel lopers mee naar een startbewijs dus de concurrentie is groot. Daarom adviseert de organisatie om ruim onder je vereiste tijd te zitten. Tijdens de kwalificatie van dit jaar moesten de lopers 2,5 minuut sneller zijn om zeker te zijn van deelname.

Dus er wacht een zware taak. Ik heb me daarom vorige week ingeschreven voor de marathon van Rotterdam 2017. Dat betekent een strakke tijd neerzetten in Rotjeknor. Twee keer zat ik lange tijd op koers, maar op 9 april 2017 wil ik eindelijk onder die magische 3.40 lopen. Driemaal is scheepsrecht.

IMG_1139Boston is the dream! Voor wat extra motivatie heb ik mezelf getrakteerd op een speciaal boekje. Hierin kan ik mijn doelen noteren. En de stappen die ik ga zetten om deze te bereiken. Want: ‘A goal without a plan is just a wish.’ Zo wil ik deze keer topfit zijn voordat ik eind december aan mijn marathonschema begin. Ik heb een personal trainer ingeschakeld om me de komende drie maanden af te beulen.

Gelukkig vind ik sporten geen straf. Ik deed onlangs in een tijdschrift een test om te zien welke type sport of work-out voor mij het beste zou werken. Volgens de uitslag viel ik onder de categorie reiziger of loner: ‘compact en doelgericht zijn woorden die jou aanspreken. Daarom is hardlopen jouw sport.’ Mensen drukken me regelmatig op het hart dat ik moet genieten van het hardlopen. Dit is mijn manier.

Enfin, ik hoop dat ik me de komende maanden kan klaarstomen voor marathon nummer zeven. Mezelf gezond en fit houden. Het beste uit mezelf halen. Dat is een race die ik zeker wil winnen.

Immer gerade aus

Ik verdwaal overal, ondanks het navigatiesysteem op mijn telefoon. Vooral in het buitenland ben ik de klos. Mijn strategie luidt dan ook: loop langs de hoofdweg van het lokale dorp en ga via dezelfde weg weer terug.

Van de zomer in Italië was het weer raak. Ik dacht alleen wel een rondje te kunnen lopen. Een beetje malle gedachte natuurlijk. Dat leek wonderwel een paar kilometer goed te gaan. Totdat ik een dolle hond achter me aan kreeg en besloot om via een andere weg terug te gaan. Mijn ouders moesten me komen halen. Bleek ik slechts een paar honderd meter van ons vakantiehuisje te zijn gestrand.

IMG_5419Tja, ik heb totaal geen richtingsgevoel. Waar iedereen rechtsaf slaat, ga ik links. Ik raak zelfs nog de weg kwijt in mijn eigen wijk. Kaartlezen is ook nooit een hobby van me geweest. Honderd jaar geleden, toen er nog geen Google Maps bestond, brak het zweet me al uit bij de gedachte. Gelukkig had ik vriendinnen met meer GPS-genen dan ik. Zij namen tijdens onze stedentrips ferm het voortouw. Ik liep braaf achter ze aan.

Dat doe ik nog steeds tijdens de lange duurlopen. Er is altijd wel een hardloopmaatje dat een mooie route kent. Zelf lukt me dat niet. Ik speel op veilig en loop altijd binnen de bebouwde kom. Te bang om van de weg af te raken. Eigen rondjes zijn nooit langer dan 22 kilometer. Verder gaat mijn radar niet.

Toen ik net begon met hardlopen, stond ik doodsangsten uit om mee te doen aan een wedstrijdje. De avond voor de grote dag kon ik niet slapen. Geen faalangst, maar angst om te verdwalen. Samen met mijn vader verkende ik het parcours van tevoren met de auto. Ook heb ik eens de dag ervoor de hele route gefietst, voor het geval dat…

IMG_5136En die angst was niet geheel ongegrond. Tijdens een van mijn eerste loopjes was ik hevig in competitie met een andere loopster. In het heetst van de strijd sloeg ik verkeerd af. Op miraculeuze wijze haalde ik haar later alsnog in.

Dit soort incidenten brengen me steeds meer van de kaart. Ik raak gestrest om altijd maar in een doolhof te moeten navigeren. Ik las gelukkig onlangs in een tijdschrift dat ik niet de enige malloot ben. Vrouwen schijnen over het algemeen minder ruimtelijk inzicht en richtingsgevoel te hebben. Met af en toe een omweg kan ik prima leven, maar van die vrouwelijke onzekerheid wil ik wel af.

Daar moest ik snel iets aan doen, besloot ik deze zomer. Direct na mijn fiasco in Italië begon ik met mijn marathonschema voor Berlijn. De afgelopen drie maanden heb ik rondjes gemaakt van boven de 22 kilometer. Mijn vaste routes bestaan uit rechte lijnen en vaste hoeken. Heel saai, maar voor mij efficiënt. Op deze manier verdwaal ik tenminste niet. Ik vind het dan ook niet erg om vaak hetzelfde rondje te lopen.

Gelukkig zijn de straten in Berlijn recht en lang. Mijn navigatie zegt: immer gerade aus.

‘Hardlopen is soms slim rekenen’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Met vijftig halve en tien hele marathons op zijn naam kent Frank Peek (46) de klappen van de zweep. De hardloper uit Oosterhout gaat volgende maand zijn ultieme uitdaging aan: de Jungfrau Marathon. Op 10 september hoopt hij in goede gezondheid de top van de Zwitserse berg te bereiken. ‘Dit is mijn Mount Everest.’

Singelloop‘Soms laat mijn agenda het niet toe om na het werk te trainen. Dan is het tijd voor plan B. Ik zet mijn wekker om 5.20 uur en ren dan in alle vroegte een rondje. Niet altijd even makkelijk, maar dat neem ik voor lief. Als ik iets in mijn hoofd heb, zet ik me er voor de volle honderd procent voor in.’

Avontuurlijke lopers

Frank Peek gaat recht op zijn doel af. Op tijd fit zijn voor de Jungfrau Marathon in Zwitserland. Met slechts 4.000 startbewijzen is dit een gewilde race onder de avontuurlijke lopers. Dat betekent voor de loper uit Oosterhout 16 weken lang vier keer in de week trainen. Zijn dagen bestaan grotendeels uit eten, rennen, werken en slapen. Hij laat er dingen voor staan, maar niet ten koste van alle gezelligheid. ‘Ik ben een Bourgondiër en houd van het goede leven. Natuurlijk probeer ik gezond te eten, maar af en toe een wijntje of biertje moet kunnen. Anders ben ik te gefocust en dan gaat het vaak mis.’

Wensenlijstje

Het idee om mee te doen aan de Jungfrau Marathon ontstond twee jaar geleden. Samen met een paar loopmaatjes van atletiekclub Scorpio riep Frank gekscherend dat ze ‘m gingen lopen. En afspraak is afspraak. ‘De Jungfrau heeft altijd op mijn wensenlijstje gestaan. Het is net even een andere marathon. We starten op 500 meter en eindigen op 2.100 meter. De hoogste bergtop reikt tot 4.158 meter en het hoogste punt op de route is 2.300 meter. Je loopt 42 kilometer door een prachtige omgeving. Het gaat dus niet om het neerzetten van een toptijd, maar om het genieten. Snel rennen wordt ook lastig, want je moet veel klauteren, klimmen en wandelen. Een mooie uitdaging, waar ik veel zin in heb.’

Met Frank Attila Run20.000 kilometer

Zijn gedrevenheid heeft Frank ver gebracht. Net als in zijn werk wil hij met hardlopen zijn doelen bereiken. Hij registreert alle hardloopgegevens in een Excel-bestand: afstand, tijd, tempo, hartslag, kosten startbewijs. Zo liep de Brabantse loper vorig jaar 2.600 kilometer en dit jaar verwacht hij zelfs boven de 2.750 kilometer uit te komen. Sinds zijn start in 2003 heeft hij meer dan 20.000 kilometer bij elkaar gerend. ‘Ik ben dol op cijfertjes en statistieken. Hardlopen is soms slim rekenen. Ik zie in een oogopslag hoeveel ik per jaar loop en of er een stijgende lijn in zit. Daardoor probeer ik ook slimmer te lopen.’

Mijlpaal

Hoewel Frank onderweg regelmatig op zijn Garmin kijkt, geniet hij van elke stap die hij zet. Hardlopen is zijn passie en hij hoopt het nog lang te mogen doen. Het geeft hem een gevoel van vrijheid om de deur uit te gaan en te rennen. ‘Als ik straks op de top van de Jungfrau sta, voel ik me euforisch. Dan ben ik trots dat het me is gelukt en dankbaar voor mijn gezondheid. Ik hoop tot mijn zestigste nog hele marathons te lopen. En volgens mijn berekeningen moet ik honderd halve marathons kunnen halen. Dat zou een mooie mijlpaal zijn.’

Jackpot

Er was eens een meisje met een roze rokje. Ze hield van hardlopen, zat vol ambitie en was niet vies van hard werken. Natuurlijk fantaseerde ze weleens over het winnen van de jackpot om vervolgens te emigreren naar een klein paradijsje op aarde. Een beetje dromerig was het meisje wel, maar niet geheel onrealistisch. Dit jaar wilde ze graag knallen tijdens de marathon. Om precies te zijn die in Rotterdam. Haar favoriete marathon.

Running Kaaienloop 2014 foto 2 DSC_8770Als het meisje ergens haar zinnen op had gezet, ging ze voortvarend aan de slag. Aan half werk deed ze niet, behalve aan halve marathons. Ze schreef zich op 1 oktober direct in voor de marathon in de Maasstad. Diezelfde week klopte ze aan bij haar trainer Harrie. ‘Wil je me helpen met het lopen van een goede tijd’, vroeg ze. ‘Wat is je streeftijd’, wilde hij weten. ‘Ik droom van een 3.40 op de klok’, antwoordde het meisje. ‘Daarvoor moet je flink aan de bak. Mits je daartoe bereid bent, acht ik het niet onmogelijk’, concludeerde hij.

Op de grote dag zelf verliep alles lange tijd op rolletjes. Tot de 35 kilometer holde het meisjes keurig volgens schema. Toen gingen haar benen verzuren. En hoe. Ze kreeg lichte kramp en haar rondetijden zakten als een kaartenhuis ineen. Opgeven kon ze echter niet. ‘Voor Leentje, Harrie en de jongens’, spookte het de laatste 7 kilometer en 195 meter door haar hoofd. Hiermee doelde ze op Lee Towers, haar trainer, haar vriend & haar hond. Een grapje van haar en haar lief. Daarmee refereerden de twee aan de hoofdpersoon van de film De Marathon. ‘Ik doe het voor hen. Die marathon zal ik godverdomme uitlopen.’

Er was dus maar één optie: doorgaan. Tot aan de laatste snik. Het meisje zette haar verstand op nul en versloeg zo de ‘Man de Hamer’. Na 3 uur, 42 minuten en 16 seconden kwam ze over de finish. Met een prachtig nieuw PR. Niet de gewenste streeftijd, maar dat vond ze niet erg. Nee, die lag dit jaar net buiten bereik. Desondanks had ze een super mooie tijd neergezet. Toch? Of was het beenvriendelijker geweest als ze de eerste helft iets langzamer had gelopen? Dan hield ze meer energie over om de laatste 10 kilometer een extra tandje bij te zetten. Hey stop! Niet doen. Dat was achteraf geklets. Als het niet gaat zoals het moet, gaat het zoals het gaat. Iets wat het meisje ook besefte.

Blog Jackpot - marathon Erasmusbrug 5Na de wedstrijd belde ze met haar trainer. ‘Gefeliciteerd! Ik ben trots op je’, zei hij. ‘Wat heb je een mooie vlakke race gelopen. Moet je wel iets bekennen. Toen ik je eindtijd zag, kreeg ik een brok in mijn keel.’ Stilte. Het meisje knikte ondertussen instemmend. Nog vol van haar geleverde prestatie, besefte ze niet dat niemand dit kon zien. ‘Ben je teleurgesteld dat je niet je gedroomde 3.40 hebt gehaald’, klonk het aan de andere kant van de lijn. ‘Nee, absoluut niet. Dit is wat er vandaag in zat. Meer kon ik niet doen. Ik ben een gelukkig mens’, kakelde ze terug.

Terwijl ze dit zei, constateerde ze dat ze in clichés sprak. Iets wat ze doorgaans verafschuwde. Soit, soms zijn die clichés nu eenmaal waar. Ooit had ze er eentje in een tijdschrift gelezen die haar sindsdien was bijgebleven. Van Oprah nota bene. De talkshow koningin zei: ‘Running is the greatest metaphor for life, because you get out of it what you put into it.’

Een uitspraak waarmee het meisje zich kon identificeren. Tuurlijk, ze had 16 weken hard gezwoegd om zich klaar te stomen voor de marathon. Maar ze wist ook dat veel afhankelijk was van de vorm van de dag. Soms heb je ook een beetje geluk nodig. En op 10 april 2016 leek alles te lukken.

Blog Jackpot - marathon Coolsingel 2Met een groot glas Gin & Tonic genoot ze na van haar Rotterdamse triomf. Ze bleek later die avond ook haar slag te hebben geslagen bij de Staatsloterij: 20 euro. Ka-ching! Het voelde echter alsof ze de Jackpot had gewonnen. Het meisje leefde nog lang en gelukkig.

Me, myself & I

Toen ik 5 jaar geleden begon met hardlopen, droomde ik ervan ooit mee te kunnen doen met de grote jongens. Vandaag de dag kom ik nog steeds niet op gelijke hoogte. Letterlijk niet. Die toplopers houd ik natuurlijk niet bij, maar op een goede dag passeer ik wel een rappe recreant. Meestal op de lange afstanden. Zeg vanaf 25 kilometer of meer. Ze zijn dan weleens verbaasd. Ingehaald worden door een onderdeurtje. Zo raakte ik vorige maand bij een marathontraining voor Rotterdam in gesprek met een mede-hardloper. ‘Ik herken jou wel’, zegt hij lachend. ‘Aan je rokje. Jij had me vorig jaar ingehaald bij de 30 van Tilburg. Bij de eindsprint. Dat vergeet ik niet meer.’

IMG_3094Voor veel buitenstaanders ben ik die oriëntaalse hardloopster. Dat kleine meisje in het roze. Een Mega Mindy. Die rennende Ninja. Of een rare Chinees. Tenminste, dat zijn de woorden van een snotaap van een jaar of 11. Hiervoor moeten we een paar weken terug in de tijd. Het jongetje bivakkeert met zijn klas op de atletiekbaan. Elke keer wanneer ik voorbij kom joggen, klinkt er een zacht gelach. Mijn kleine plaaggeest stoot zijn klasgenootje aan. Hij roept: ‘Daar loopt een Chinees!’ Hij begint te marcheren en zwaait zijn armen overdreven de lucht in. Een stoere poging mij te imiteren. Dat hij zelf het enige getinte kind in de groep is, beschouw ik als mijn ironie.

Tussen ons gezegd: ik geniet stiekem van de verraste gezichten als ik mensen vertel dat ik aan hardlopen doe. Zelfs mijn trainer Harrie vraagt het zich weleens af. ‘Hoe krijg je die kracht toch uit dat kleine lijfje van jou geperst’, roept hij weleens gekscherend. Op een zonnige maandagochtend in maart denkt hij het antwoord te weten. Ik kom hem tegen bij ons in de wijk. We blikken samen terug op de wedstrijd van de dag ervoor. Volgens traditie deed ik mee aan de 30 van Tilburg. Een mooie test voor Rotterdam. Enfin, Harrie heeft 30 kilometer achter me gefietst waardoor hij mijn looptechniek heeft kunnen bestuderen. ‘Je landde geen enkele keer op je hielen ’, constateert hij. ‘Is dat goed’, vraag ik hem aarzelend. ‘Jazeker. Op deze manier ga je effectiever met je krachten om. Die lange afstanden liggen jou wel.’ Landen op mijn voorvoeten. Zoiets aardigs heeft nog nooit iemand over mijn lopen gezegd. Ik ben er de hele dag blij van geweest.

Mijn geslaagde generale repetitie komt precies op het juiste moment. Lange tijd ben ik bang dat ik tekort schiet in snelheid. Het kost me de grootste moeite om het gewenste marathontempo aan te meten. Dikwijls denk ik weemoedig terug aan vorig jaar. En het jaar daarvoor. Toen leek alles beter te gaan. De vorm laat dus op zich wachten, maar is er net op tijd. Het zelfvertrouwen heb ik terug. Kracht zit ‘m niet alleen in een fysiek perfect lichaam, maar ook in je hoofd. De weg naar Rotterdam verloopt dus met vallen en opstaan. Soms ook letterlijk. Zo beleef ik recent nog een spannend moment. Tijdens de laatste testloop van 35 kilometer maak ik een harde smak op mijn knieën. Gelukkig blijft de schade beperkt. Mijn enige prioriteit is om nu alles heel te houden.

Blog Me, Myself & I - Testloop Breda 30 km foto 3Over precies een week is het eindelijk zo ver. Ik loop dan dé wedstrijd van het jaar. Daar heb ik 16 weken keihard voor getraind. Ik wil dolgraag knallen in Rotterdam. Laten zien wat ik kan. Zeker na de teleurstelling van vorig jaar. Dat betekent een extra scheut gas geven. Bij die gedachte gieren de zenuwen al door mijn lijf. Tijdens de marathon moet ik het zelf doen. Helemaal alleen. Zonder de hulp van mijn trainer. Zonder de steun van mijn loopmaatjes. Best eng. Maar ik ben er klaar voor.

De geschiedenis voltrekt zich op 10 april weliswaar voor mijn ogen, maar krijgt pas vorm in de tijd. Geen Keniaanse tijd, maar wel eentje waar ik trots op kan zijn. Ik streef naar progressie, niet naar perfectie. Hopelijk sprint ik naar een mooi PR. Kleine meisjes met grote dromen komen vaak verder dan je denkt.

Operatie sixpack

Op een dag word je wakker en weet je het: ik wil een sixpack. De kerstgedachte bleef dit jaar bij mij iets te lang hangen. Vooral aan buik en heupen. Ik vind sixpack toffer klinken dan zadeltassen. Dat heeft een nare bijsmaak. En ik ben juist dol op lekker eten. Toen ik  begon met hardlopen vlogen de kilo’s er van af. Een maand op rantsoen deed de truc. Helaas blijkt dat niet meer zo gemakkelijk te gaan.

Blog Rokjesdag - station BredaIk ben liever geen kiloknaller, maar een kilometerknaller. Vanaf volgende week begin ik daarom echt. Herkenbaar? Ik steek mijn hand in de lucht. Mijn buikje is niet flinterdun en super strak. Nog niet. Jazeker, in mijn dromen ben ik een XS-je. In het echte leven moet ik tienduizend uur zwoegen om mijn liflafjes te laten verdwijnen. Ik las op internet dat met 1 kilo eraf je 1 minuut sneller rent. Nog meer reden om fit, strak & verantwoord te leven. In de praktijk komt dat neer op Rust, Reinheid en Regelmaat. Oftewel op tijd naar bed, gezond eten en stress vermijden. Nieuwe energie voor lichaam, hoofd en hart.

Aan ambitie ontbreekt het bij mij niet. Ik ben een meisje met een missie. Er valt in mijn ogen altijd iets te wensen. Mijn honger naar een groots en meeslepend leven is niet te stillen. Meer, beter, mooier, gekker, interessanter. Dus niet alleen die 6 blokjes in mijn buik. Nee, ik wil nog iets anders bereiken. Het begon allemaal vorige maand tijdens een informatieavond bij Run2Day in Breda. Ik was daar om meer te horen over de marathon van Berlijn. Op 25 september ga ik 42 kilometer lopen over het snelste parcours van de wereld. Samen met die van New York staat deze marathon bovenaan mijn hardloop bucket list.

Enfin, terug naar de presentatie. De mensen van de hardloopwinkel vertelden super enthousiast over de 6 grootste marathons, de zogeheten Major 6: New York, Berlijn, Chicago, Boston, Londen en Tokio. Een eliterijtje. De grand slams van de marathonsport. U voelt ‘m misschien al aankomen…. Inderdaad, ik wil ze allemaal gaan lopen. Dat is mijn ultieme droom. New York heb ik afgelopen jaar gelopen en vink ik alvast af. Berlijn komt eraan. Samen met mijn vriendin Esmah reis ik in 2017 af naar Chicago. Dan zit ik al op de helft. Een mede-hardloper vatte de informatieavond leuk samen: ‘Fijne reeks. Dat is een mooie sixpack.’

Blog operatie sixpack work out DC CompanyEn zo is de cirkel rond. Nou ja, liever plat dus. Er staan mooie marathonavonturen op stapel. Ik heb zin in het nieuwe hardloopjaar. Laat ik niet op zaken vooruit lopen. Mijn focus ligt nu op de marathon van Rotterdam. Dat vergt mijn volledige aandacht. Na de lichte teleurstelling van vorig jaar wil ik me dolgraag revancheren. Ik verkeerde toen in een bloedvorm. Zo zeker was ik ervan mijn PR (3.45.42) te verbeteren. Helaas gooide een hardnekkig griepvirus mijn plannen overhoop. Tijdens de marathon liep ik op halve kracht en hoestend haalde ik de finish op de Coolsingel. Met terugwerkende kracht dringt het nu pas tot me door dat ik niet mag klagen met mijn tijd van 3.46.25, slechts 43 seconden langzamer.

Ik heb grootse plannen voor 10 april. Om te slagen in mijn ambities heb ik de hulp ingeschakeld van mijn looptrainer Harrie. De beste man heeft me al 3 keer zien finishen in Rotjeknor. Hij weet hoe ik loop. Hij kent mijn tijden. Hij kent mijn sterke en zwakke punten. Hij beseft hoe graag ik wil knallen. Maar bovenal: hij schenkt mij het vertrouwen waar ik naar verlang. Het eerste wat Harrie zei was: ‘Het is hard werken, Anouk. Je krijgt het niet voor niks.’ Zijn woorden blijven hangen. Als een tegeltjeswijsheid staan ze getatoeëerd in mijn geheugen. Niks in mijn leven komt me aanwaaien. Voor alles wat ik wil bereiken, moet ik keihard zwoegen. Dat is altijd zo geweest. Voor mijn strikdiploma, voor mijn middelbare schoolexamens, voor mijn journalistenpapiertje, voor een fit lichaam en nu weer voor een marathon.

Er is dus werk aan de winkel. Ik ging vlak voor kerstmis voortvarend van start met mijn marathonschema. Helaas had de griep me dit jaar ook te pakken. Hardlopen stond even op een lager pitje. Ik ben weer hersteld, maar begin te twijfelen. Aan mezelf. Ik voel de druk om te presteren. De persoon die terug staart in de spiegel is mijn grootste tegenstander. Het is jij tegen jezelf. Geloof in eigen kunnen is belangrijk. Ik moet het zelf doen.

Blog Me, Myself & I - hardloopselfie

Waarom ik dit dan toch allemaal doe? Simpel. Hardlopen is een verslaving. Dan voel ik dat ik leef. Het is wat je uit een wedstrijd meeneemt. Dat onoverwinnelijke gevoel. Niemand neemt dat van je af. Dat is alles dat ik ooit heb gewild: passie, trots en zelfvertrouwen. Niet voor mijn trainer, niet voor mijn ouders of vriend, maar voor mezelf.

Ik ben niet meer het schuchtere meisje dat ik ooit was. Toen zat ik dagdromend uit het klaslokaal te staren. Nu maak ik mijn dromen waar. Hardlopen staat symbool voor de vrouw die ik vandaag de dag ben. Ik wil zo lang mogelijk doen wat ik het liefste doe. Zoals Rocky Balbao zegt in de film Creed: ‘cento anni, 100 years.’ Wel graag met 6 roestvrije blokjes.

‘Een marathon lopen is een mentale race’

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.

Nog 77 dagen en dan klinkt het startschot op de Coolsingel. In aanloop naar 10 april organiseert Marathon Rotterdam door heel het land gezamenlijke trainingslopen. In Breda loopt Martijn Kegler (37) zondag mee als pacer. ‘Het is veel leuker om samen met andere lopers het avontuur aan te gaan.’

Interview Born to Run - Martijn Kegler foto aankondiging FacebookZijn atletiekvereniging AV SPRINT in Breda zocht 4 jaar geleden vrijwilligers voor de Road2Rotterdam trainingslopen. Samen met een aantal loopmaatjes meldde Martijn Kegler zich aan om te helpen. ‘De eerste keer stond ik bij de drankpost in de ijzige kou en zag super enthousiaste lopers voorbij komen’, herinnert hij zich. ‘Dat wilde ik ook. Dus bij de 3 resterende lopen trok ik een geel hesje aan en liep mee als pacer. Mensen vroegen waarom ik me niet opgaf voor Rotterdam. Nee, dat vond ik toen nog te vroeg. Fysiek lukte me dat wel, maar mentaal was ik er nog niet klaar voor.’

Euforisch gevoel

In de zomer van 2012 voelde Martijn dat de tijd rijp was. Hij is toen gaan trainen voor zijn eerste marathon in Amsterdam. Het gaf hem een geestelijke voorsprong dat hij die trainingslopen had gedaan. Want zo zegt hij: ‘Na een kleine 4 uur kwam ik met een euforisch gevoel over de finish. Dit wilde ik vaker gaan doen. Ik dacht: “Wanneer mag ik weer?” Ik vind het fantastisch om lange afstanden te lopen.’

Jubileumrace

Na zijn marathondebuut in Amsterdam heeft Martijn er nog 4 gelopen: 2 keer Rotterdam, Etten-Leur en Antwerpen. Dit jaar is hij weer tempomaker (pacer) bij de Road2Rotterdam trainingslopen. Zelf is de vader van 2 zoons op 10 april niet van de partij in de Maasstad. Samen met een groepje loopmaatjes doet hij in september mee met de marathon van Berlijn. Daarom vindt hij het fijn om zo toch zijn conditie op pijl te houden. Uiteraard leeft hij mee met de lopers op weg naar hun grote dag. ‘Het is echt een feestje’, vindt Martijn. ‘We hebben super gezellige Road2Rotterdam loopgroepen. Het is veel leuker om samen met andere lopers het avontuur aan te gaan.’

Interview Born to Run - Martijn Kegler foto 1Tempomakers

Doel van deze trainingslopen is om je als deelnemer optimaal voor te bereiden op het succesvol lopen van de marathon. Daarnaast is het een mooie gelegenheid om de noodzakelijke lange duurlopen in groepsverband te doen. Behalve in de regio Breda vinden er ook trainingen plaats in Groningen, Brunssum, Nijmegen, Vught en de regio’s Amsterdam en Rotterdam. Het programma bestaat uit een serie van 4 duurlopen over 20, 25, 30 en 35 kilometer. Deelnemers sluiten zich aan bij een tempogroep die de gewenste marathon-streeftijd het dichtst benadert. Uitgangspunt hierbij zijn de 5 kilometer tijden, die beginnen bij 20 minuten (4:00 min/km) en oplopen tot 32:20 minuten (6:30 min/km). De trainingslopen worden aangevoerd door ervaren en goed herkenbare tempomakers (pacers). Bij elke 5 kilometer staat een drankpost met water en sportdrank. In principe wordt alles voor je geregeld en hoef je als loper alleen maar aan te sluiten.

Mentale race

In de regel gaan er 2 pacers mee in elke tempogroep. Martijn loopt dit jaar weer met hardloopmaatje Jacqueline voorop in de 5:45-groep. De vrienden zouden vorig jaar samen meedoen aan de marathon van Rotterdam. Helaas moest Jacqueline wegens een blessure afhalen. Tijdens de trainingslopen is de opdracht vlak te lopen en het tempo voor de groep aan te geven. ‘Je kunt als pacer je voorkeurstijd aangeven’, vertelt hij. ‘Ik doe altijd mee met de 6:00 of 5:45. Dat is een tempo waarvan ik weet dat ik het goed kan bijhouden. Niet dat je jezelf tijdens zo’n loop buitenspel zet en de finish niet haalt. Vergeet niet dat de marathon een andere discipline is,’ stelt hij. ‘Het is een mentale race en zit vooral tussen je oren.’

Vriendenteam

Hardlopen maakt hem oprecht blij. Als hij zijn hardloopschoenen aantrekt, voelt Martijn zich al een vis in het water. Hij loopt 3 tot 4 keer in de week. Dat heeft hem geholpen toen hij 8 jaar geleden van Utrecht naar Breda verhuisde. Hij hing toen zijn voetbalschoenen aan de wilgen en ging hardlopen. Hierdoor voelde hij zich al snel thuis in het Brabantse land. Martijn: ‘Goede vriend Ron vroeg of ik een keer mee ging naar AV SPRINT. Hij heeft altijd fanatiek gelopen en wilde de draad weer oppakken. Ik vond het leuk bij de club en ben er nooit meer weggegaan. Het vriendenteam van het voetballen is vervangen door een hechte hardloopgroep.’

IMG_3549Bekertjes

Die saamhorigheid ziet hij ook terug in de Road2Rotterdam trainingslopen. Daar is de marathonloper blij mee. Hardlopen moet leuk blijven. ‘Er hangt een goede sfeer en lopers wisselen ervaringen uit’, aldus Martijn. ‘Dat stimuleert en motiveert. Gelukkig maar want het zijn lange afstanden. Er liep een keer een vrouw mee die de kilometers omrekende in bekertjes. Na elke 5 kilometer zei ze bijvoorbeeld: “We hoeven nog maar 2 bekertjes.” Dat klinkt toch een stuk vriendelijker. Het voelt goed om elkaar erdoor heen te slepen. Iedereen traint toch voor hetzelfde doel.’

De hardloopfoto’s zijn gemaakt door AV SPRINT. 

Dit interview was eerder gepubliceerd in mijn rubriek ‘Born to Run’ op ProRun.nl