De stilte voorbij

Ik ben geen moeder. Een kinderwens heb ik ook niet. Dat broedgevoel heeft er bij mij nooit ingezeten. Toch doet het iets met me als ik lees dat er ergens een baby is gevonden. In Nederland. Zomaar in een vuilnisbak, op straat of in een park. Koud en alleen. Dat raakt mij recht in het hart. Ik ril bij de gedachte dat er baby’s onnodig kunnen sterven. Misschien omdat ik weet dat het anders kan. Zelf ben ik ook een vondeling. Geboren in Zuid-Korea en herboren in Nederland. Mijn ouders gaven me hier niet alleen een huis, maar bovenal een thuis. Als ik denk aan ‘lotgenoten’ die minder gelukkig terecht zijn gekomen, voel ik een steek in mijn maag. Die machteloosheid verpulvert me.

Ik wil graag helpen. Zoals schrijfster Griet Op de Beeck in haar boek Kom hier dat ik u kus schreef: ‘Ik wou dat ik de baby’s mee kon nemen, naar daar waar levens lang en breed waren, en zinnen glinsterden op zeeën en nachten wonderlijk warm bleven.’ Een utopie? Wellicht. Maar beter dan de rauwe werkelijkheid: vondelingen die eindigen op de stort.

Kleine Anouk 2Wat is een vondeling precies? Een vondeling is een baby of jong kind dat door zijn of haar ouders wordt achtergelaten. Er worden in Nederland per jaar gemiddeld 1,5 kind te vondeling gelegd. Vaak gaat het om alleenstaande en jonge vrouwen die niet voor hun baby kunnen zorgen. Veroordeel ze niet te snel. Zoiets doen ze niet voor de lol. Ze zijn wanhopig en kunnen nergens heen. Ik voel het panikeren van deze radeloze vrouwen. Zo jammer allemaal, zo verschrikkelijk jammer. Was er maar iets dat ik kon doen.

Ik wil dat er iets verandert in Nederland. Een baby anoniem te vondeling leggen is hier strafbaar, maar is dat terecht? Dat moet anders. De Nederlandse wet zegt dat een kind recht heeft om te weten wie zijn of haar biologische ouders zijn. Wat een onzin! Ik ken mijn geboorte-ouders niet. Ben ik daardoor beschadigd? Welnee! Bovendien gaat het hier om leven en dood en niet om juridisch getouwtrek. Niet blijven bij wat ooit zo is beslist, omdat het ooit zo is beslist. Tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Mulder is zo’n revolutionair. Zij richtte in 2014 Stichting Beschermde Wieg op. Samen met haar team biedt ze een oplossing voor moeders die geen andere uitweg zien. Zij kunnen hun baby anoniem en met vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer. Ik onderstreep dat het om uitzonderlijke gevallen gaat. Zomaar je baby wegdoen is natuurlijk niet de norm.

Nu wordt de Beschermde Wieg mogelijk vervolgd. Een malicieus spel met een groep vrijwilligers die niets hebben misdaan. We hoeven de moeders in kwestie geen absolutie te verlenen. Maar we moeten de dingen niet gewoon laten gebeuren en voorbij laten gaan. Het rechtssysteem in Nederland zal niet van de ene op de andere dag veranderen. Om het bespreekbaar te maken in de Tweede Kamer zijn er 40.000 handtekeningen nodig. Ik hoop dat die handtekeningen er komen.

Recente portretfoto Anouk - fotocredit Aad MeijerIk strijd nu voor het eerst mee voor iets wat me na aan het hart ligt. Ook wel een beetje eng. Maar toch. Sommige verlangens zijn sterker dan alle angsten. Misschien dat er ooit een dag komt dat alles anders is. Een wereld waarin moeders hun baby niet in de vuilnisbak of een sporttas hoeven achter te laten, maar een uitweg hebben. Dat vondeling zijn niet meer iets raars is. Mensen geen gezichten meer trekken alsof je examen doet in het vak waar je echt niet sterk in bent. Babykamers legaal worden gemaakt. En het niet meer strafbaar is om baby’s te redden van een onnodige dood. Hoe mooi zou het zijn als er nergens meer een taboe op rust. Hopelijk zijn we de stilte snel voorbij.

Help je ons mee 40.000 handtekeningen op te halen? Teken hier de petitie. Vervolg moeder en Stichting Beschermde Wieg niet!

Wees gelukkig

Apple Announces Launch Of New Tablet ComputerSamen met mijn bioscoopvriendin Dewi ging ik vorige week naar de film Steve Jobs. Verrassend genoeg raakte de biografie over boegbeeld en medeoprichter van Apple me. Poef, recht in het hart. Niet zijn weg naar de top intrigeerde me, maar de worsteling met zijn verlatings- en bindingsangst. Voor wie het misschien nog niet wist: Steve Jobs was geadopteerd. Onder druk van haar ouders stond zijn biologische moeder hem direct na zijn geboorte af. Ze studeerde nog en wist dat ze niet voor haar baby kon zorgen. Dat gegeven liep als een rode draad door zijn leven. Op een gegeven moment vraagt hij zich in de film hardop af: ‘Waarom voelen geadopteerde mensen zich vaak in de steek gelaten in plaats van uitgekozen?’

De woorden van Steve Jobs dwarrelen na de voorstelling nog door mijn hoofd. Ook ik voel me anders, wat aparter dan de rest. Adoptie blijft voor veel mensen toch iets bijzonders. Daar heb ik nu vrede mee. Als ik thuis in de spiegel kijk, staart er een gelukkig weesje terug. Mijn vader en moeder liepen over van liefde. Nog steeds. Als ze me zien, denken ze net als bij mijn broers: je bent van ons, hoort bij ons. Dat geeft elke ouder een onbeschrijflijk gevoel. Ik mag mezelf gelukkig prijzen.

Te vondeling worden gelegd is voor iedereen anders. Elke vondeling beleeft dit op zijn of haar eigen manier. Het onderwerp is zeker geen ver-van-mijn-bed-show. Integendeel: ook in Nederland worden baby’s op straat gedumpt. In de krant lees ik regelmatig dat wanhopige vrouwen hun baby achterlaten in een vuilnisbak. Met de komst van de eerste babykamers in Nederland storten journalisten zich op vondelingen die hun verhaal willen vertellen. Deze verhalen komen recht uit hun hart. Ze stellen zich kwetsbaar op. Ze spreken over het meeste persoonlijke: zichzelf.

BLog wees gelukkig 16Journalisten weten ook mij te vinden. Via Google komen ze terecht op mijn blog. Het afgelopen jaar krijg ik drie keer een interviewverzoek. Zo ontvang ik vorige maand een mailtje van een studente journalistiek. Of ze me vragen mag stellen over mijn adoptie. Ze schrijft een groot achtergrondartikel over de opening van de babykamer in Zwolle. Haar stelling komt neer op: zijn babykamers wel of niet oké? Ze belicht netjes alle partijen in deze verhitte discussie. Het verbaast me dat ze mij wil spreken. Ik heb geen zielig verhaal, ben niet ontwricht en ook niet blijvend op zoek naar mijn ‘echte’ moeder.

Wat wil ze dan horen? Hoe goed en gelukkig ik terecht ben gekomen? Ik ben van de generatie vrouwen voor wie werk een baan is, die nooit zijn uitgeleerd, ambitie hebben, wat van de wereld hebben gezien en stijl belangrijker vinden dan mode. Is dat typisch westers? Waarschijnlijk wel. Het is in ieder geval wel wie ik ben. Koreanen schijnen nogal competitief te zijn ingesteld en happig om zich te blijven ontwikkelen. Laten dat net twee van mijn kerneigenschappen te zijn. Dat ben ik dus ook.

Enfin, ik dwaal af. Ik stem toe met het interview. Eén van de redenen dat ik meewerk is de grondige aanpak van de studente journalistiek. Dat lijkt me niet zo eenvoudig bij zo’n beladen onderwerp. Tot mijn verbazing lees, hoor en zie ik mensen van betrokken partijen met elkaar bakkeleien. De emoties lopen hoog op. Er lijkt zich een tweestrijd te ontwikkelen. Partijen die zich in mijn ogen aan dezelfde zijde horen te scharen, staan opeens lijnrecht tegenover elkaar. Babykamers moeten worden verboden, vindt ook de Kinderombudsman. Want: als vrouwen anoniem bevallen zijn ze niet meer te traceren. Kinderen hebben het recht om te weten wie hun biologische moeder is.

IMG_4915In dit soort heikele kwesties is het nooit zwart-wit. De kortste afstand tussen twee punten is niet altijd een rechte lijn. Waarom redetwisten over leven en dood? Een baby heeft recht op een leven. Dat moet niet teniet worden gedaan, omdat de naam van de moeder niet bekend is. Je creëert zo nare situaties. Liefde betekent soms opoffering. Mijn eigen adoptie zie ik als een herinnering aan een  moeder die ik nooit heb gekend.

Veroordeel de moeder dus niet te snel. Dat ze haar kind afstaat, betekent niet dat ze er niet van houdt. Je kind weggeven doet een moeder niet zomaar. Wanhoop drijft mensen soms tot rare acties. Hoe kun je nu rationeel handelen in een emotionele toestand? Laat haar bevallen in een veilige omgeving. En ja, dat mag wat mij betreft anoniem. Moet een baby dan kort na de geboorte in een vuilnisbak gedumpt worden omdat de radeloze moeder geen uitweg ziet? Stelt u zich toch eens voor wat het betekent als je te horen krijgt dat je de eerste uren van je leven op een dump moest doorbrengen in plaats van in een beschermde wieg.

Begrijpt u me niet verkeerd. Het afstammingsrecht is mooi, maar de wereld vergaat niet als je niet weet wie je biologische ouders zijn. Ik hoef mijn bloedlijn niet te kennen om mezelf beter te voelen. Mijn moeder zegt altijd: wees gelukkig. En dat ben ik ook. Je hebt geen invloed op het nest waarin je terecht komt. Wat je er vervolgens mee doet, is wel aan jou. Maak er dus het beste van.

Dat doe ik zeker. Ik ben één van die vondelingen die zich voelt uitgekozen en niet verstoten. Adoptie kan je leven veranderen, vond ook Steve Jobs. Want zo zei hij: ‘I wanted to meet my biological mother… mostly to thank her, because I’m glad I didn’t end up as an abortion. She was twenty-three and she went through a lot to have me.’

Zielig

Er is in mijn leven altijd de vraag die nooit wordt uitgesproken, maar die onder-de-radar toch blijft hangen: is het niet zielig dat je bent geadopteerd? En of ik me hier wel thuis voel, krijg ik er als bonusvraag vaak bij.

Met dit soort prangende vragen hield ik me nooit bezig. Tot vorige maand. Ik krijg een mailtje van oud-collega Ingrid. We hebben in een ver verleden samen op het secretariaat van een farmaceut gewerkt. Allebei beoefenen we nu een andere tak van sport: ik in de journalistiek, zij in de wereld van interieur & design. In haar vrije tijd is ze vrijwilliger bij de Beschermde Wieg. Deze stichting zet zich in voor de opening van babyhuizen en vondelingenkamers. In een speciale ruimte staat een wiegje waar wanhopige moeders die geen andere uitweg meer zien, anoniem hun baby kunnen achterlaten. Jawel, u leest het goed. Ook in ons land wonen vrouwen die hun kind noodgedwongen in alle eenzaamheid en onder slechte omstandigheden ter wereld brengen.

Vroeger Zandvoort met grote pantoffelsEnfin, Ingrid overrompelt me met de directheid van haar mailtje. Om met de deur in huis te vallen: wat vind ik van dit initiatief? Eronder staat een linkje van een YouTube filmpje waarin bekende Nederlanders vertellen waar de stichting voor staat. Daar word ik wel even stil van. Het onderwerp kruipt steeds dieper onder mijn huid. Een baby in een vuilnisbak breekt elk mensenhart in duizend stukken. Ook die van mij. Het gebeurt niet snel dat iets me zo bij de keel grijpt. Een soort babyluikje, wat moet ik daar nou van vinden?

Zelf ben ik 37 jaar geleden in Zuid-Korea te vondeling gelegd. Op de stoep van het politiebureau. Zie het als het babyluikje van de jaren ‘70. In die tijd waren er veel ongehuwde moeders die hun baby afstonden. Volgens een artikel in de New York Times deden ze dit vaak niet uit vrije wil, maar onder druk van hun familie. Soms bracht een oma of tante de baby naar het kindertehuis of naar een, vaak illegaal, adoptiebureau. Er ging veel geld om in deze wereld vol geheimen. De jonge Koreaanse vrouwen lieten het allemaal met een stalen gezicht gebeuren. Er is nu eenmaal geen ruimte voor gevoel als je je kind afstaat. Ik denk oprecht dat informatie en veilige plekken de kans op dumpen van een baby verkleinen. Natuurlijk kun je niet iedereen helpen, maar wat de Beschermde Wieg doet is een nobel begin. Er zullen altijd moeders zijn die hun pasgeboren kind te vondeling leggen of zomaar ergens achterlaten. Mijn omma wist dat ze niet voor me kon zorgen en bracht me naar een veilige plek. Wat zij heeft gedaan, zie ik als een daad van liefde, moed en zorg.

De afgelopen weken spookte die ene gevreesde zin weer door mijn hoofd: ben ik zielig? Na het contact met Ingrid, is mijn hoofd als een gek gaan malen. Er is voor beide kanten iets te zeggen. Na lang wikken en wegen kom ik tot het volgende ‘poldermodel’:

Anouk op redactieJPGNee < Hier in Nederland ben ik uitgegroeid tot een nieuwsgierige journalist met de liefste ouders en een leuk leven. Als ik in Zuid-Korea was gebleven, had ik bijvoorbeeld nooit kennis gemaakt met het Nederlands. Niet Nederland, maar de Nederlandse taal bleek mijn land te zijn. Het is mijn taal. Het is zo mooi dat je iets hebt waarmee je jezelf kenbaar kunt maken. Waarin je al zoekende naar het juiste woord, kunt overbrengen wie je bent, wat je voelt, waarnaar je verlangt, wat je mist. Ik besefte pas vorig jaar dat ik toch iets heftigs had meegemaakt. Ik ben toen woorden gaan opschrijven, die woorden werden Facebookberichten: vervolgens schreef ik voor mijn blog en ging ik echt over mijn leven vertellen. De behoefte om te schrijven werd groter dan ikzelf. Ik moest woorden vinden, anders zou ik verdrinken. Ik ben niet vernederlandst, ik ben Nederlands.

Vroeger met mamaJa < Ik heb verlatingsangst. In het kwadraat. Typisch iets voor geadopteerde kinderen. Hoewel ik pas zeven maanden was toen ik naar Nederland kwam, nam ik toch een rugzakje bagage mee. Ach, baby’s en kleuters, die hebben geen idee zeggen ze, die weten nog niet wat afscheid is. Ik wel. Loslaten is niet echt mijn ding. Ik vond het als ukkepuk al niet fijn wanneer mijn moeder wegging. Naar de keuken, naar de supermarkt, naar de wc. Niet realiserend dat dit maar eventjes was, liep ik haar als een puppy achterna. Ook durfde ik lange tijd geen innige relaties of vriendschappen aan te gaan, want dat kon zomaar voorbij zijn. Mensen zag ik als passanten, niet als blijvertjes. Dus ja, ik ben bang om in de steek te worden gelaten. Dat is soms wel even slikken, maar dat hoort erbij. Ook de mensen die je voortdurend om je heen wilt hebben, zijn er soms een poosje niet. Geen wonden op mijn huid, wel littekens op mijn ziel. Je voelt het aan de knuffel die ik je zal geven.

Naar een eenduidig antwoord gis ik nog steeds. Eigenlijk wil ik het ook niet weten. Het is zoals het is. Dat bedenk ik me terwijl ik in de trein naar buiten staar. Every little thing is gonna be alright, zingt Bob Marley door mijn koptelefoon. Het KNMI waarschuwt die dag voor gevaarlijk en onstuimig weer in het hele land. Ik maak me geen zorgen. Sterke bomen buigen niet, die blijven bij weer en wind staan.