Kaaskop

Er heerst Oranjekoorts in ons land: hevig en hardnekkig. Ook in mijn vinexwijk wordt massaal gejuicht. Sommige buurtgenoten doen dat in een Roy Donders juichpak, maar het ouderwetse oranje shirt blijft ook on trend. Mijn neefje en nichtjes vinden het WK-voetbal waanzinnig interessant. Ze stuiteren het liefst als juichhamsters door de woonkamer. Ja, we houden allemaal van Oranje.

Berlijn - westrijd NL vs Australie op ambassadeAfgelopen zondag was ik op bezoek bij mijn broer. Nederland moest die avond tegen Mexico spelen voor een plek in de kwartfinale. Toen ik binnenkwam stormde mijn neefje (7) op me af, met in zijn kielzog een blond jongetje van zijn leeftijd. Het zoontje van de vriendin van papa, wist hij me te vertellen. Twee nieuwsgierige ogen keken me aan. ‘Dit is de zus van Sven’, vertelt zijn moeder die zich inmiddels bij ons heeft gevoegd. Het jongetje kijkt me verward aan. ‘Anouk is geadopteerd, net zoals ons overbuurmeisje. Zij komt uit China.’ Het jongetje knikt. Ondertussen recht mijn neefje zijn rug en legt zijn armpjes in zijn zij. ‘Jij komt ook uit China, mijn juf ook’, zegt hij stellig. ‘Nee, ik ben geboren in Korea’, antwoord ik. Hij schudt zijn hoofd. ‘Dat land ligt vlakbij China’, probeer ik. ‘Vooruit dan maar’, roept mijn neefje en rent snel weg om met zijn vriendje te gaan voetballen.

Het klinkt misschien ook niet overtuigend, bedenkt ik me later. Ik sta op dit moment volop in het leven, maar met een stigma. Als 36-jarige ongetrouwde vrouw met een andere huidskleur val ik op. Ik voel me nog altijd Het Bijzondere Kind van vroeger. Overal waar ik kom willen mensen weten waar ik vandaan kom. Ik antwoord op de automatische piloot dat ik in Korea ben geboren. Noord of Zuid, vraagt een enkeling nog weleens verder.

Tijdens mijn werkstage in Berlijn raakte ik op een dag in gesprek met iemand die een tijdje in mijn geboorteland heeft gewoond. De beste man vertelde enthousiast dat hij een paar woordjes Koreaans sprak. En Seoul vond hij een echte wereldstad. Ik voel me best gevleid dat wildvreemde mensen interesse tonen in mijn afkomst. Ze tonen tenslotte hiermee interesse in mij. Toch kost het me steeds meer moeite om oprecht een leuk gesprek te beginnen over mijn roots.

BLog wees gelukkig 15Home is where the heart is. Of nog meer micro: je eigen leefcommunie in een stad, een Kietz noemen ze dat in Berlijn. Ik ben niet zwart, geel of wit, maar een kaaskop met spleetogen. Zolang ik me kan herinneren juich ik voor Oranje, Team Holland. Het is dit WK nog geen enkele keer in me opgekomen het Zuid-Koreaanse voetbalelftal voor de buis aan te moedigen. Eén van mijn hardloopmaatjes, een rasechte Tilburger, is getrouwd met een Surinaamse vrouw. Ze delen hun passie voor koken: hij kookt in de weekenden Surinaamse gerechten, zij doordeweeks Hollandse pot.

Het is een mooi iets dat we leven in een maatschappij met culturele diversiteit. Ik sluit mijn ogen niet voor raciale kwesties, vaak onderhuids, waar we nog steeds mee te kampen hebben. Waren we maar voor even kleurenblind. Zoals de Nederlandse zangheld Thé Lau zo treffend zingt: ‘Iedereen is van de wereld, en de wereld is van iedereen.’ Zo is dat. Wij geadopteerde wezens zijn geen bijzondere kinderen, maar wel wereldkinderen.