Moeder van mijn hart

Het is vandaag Moederdag. Ook is het precies 41 jaar geleden dat ik als 7 maanden oude baby de overstap maakte van Zuid-Korea naar Nederland.
IMG_3406
Mijn moeder is met afstand de belangrijkste vrouw in mijn leven. Ze is niet mijn biologische moeder, maar wel mijn mama. Ik kom niet uit haar buik, maar zo voelt het wel. Dat weet ik, dat weet zij. Vanaf het eerste moment dat ze me aankeek. Er begon toen spontaan iets te groeien. Niet in haar buik, maar in haar moederhart. Ze hield mijn hand vast en liet deze nooit meer los. Voor altijd zit ik in haar hart. Of waar haar verlangens van samensmelting en eeuwigheid zich dan ook ontwikkelen.
Wij hebben een bijzondere band. Ik lijk zelfs een beetje op haar. We zijn allebei gevoelige mensen en doorzetters. Ik wil het, dus ik kan het, denken we. Allebei mijn ouders hebben me overigens altijd gestimuleerd het beste uit mezelf te halen. Ze hebben nog steeds het volste vertrouwen in me.
IMG_6427

Mijn moeder is niet zomaar iemand, maar een sterke vrouw op wie ik helemaal vertrouw. Ze maakt me aan het lachen, heeft me zien huilen, geeft me op het juiste moment een dikke knuffel, moedigt me aan bij hardloopwedstrijden en is mijn vaste eindredacteur.

Maar bovenal: ze helpt me sterk te blijven. Ik voel een diep gevoel van echte liefde. Ze is er altijd voor me, bij de grote en kleine dingen. We delen warme momenten, maar zijn geen vriendinnen. Want ze blijft mijn moeder, ze zorgt voor een respectvolle afstand.

Ik noem haar de moeder van mijn hart. Haar hart zit in mij.

Familie

Blog familie Anouk kleinAnd the Oscar goes to…. La La Land. Oh nee, Moonlight. Als groot filmfan zat ik zondagnacht op het puntje van mijn stoel. De grote envelop mix-up was natuurlijk uiterst gênant. Enfin, ik heb beide films met plezier gezien en snap ook waarom ze de grote favorieten waren. Maar de film die onterecht niet in de prijzen viel, was Lion. Voor mij is het de meest eerlijke en persoonlijke film die ik in jaren heb gezien. Een cineastische explosie van het menselijk hart. En ik ga toch elke week naar de bioscoop.

Lion gaat over de 5-jarig Saroo die per ongeluk op een trein terecht komt die hem duizenden kilometers door India voert, ver weg van zijn huis en familie. Het jongetje weet niet waar hij is en waar hij vandaan komt. Na wekenlang alleen te overleven in de sloppenwijken van Calcutta wordt hij opgenomen in een weeshuis en geadopteerd door een Australisch echtpaar. Saroo groeit op in een nieuwe familie en leidt een gelukkig leven. Maar de herinneringen aan zijn biologische familie blijven door zijn hoofd spoken. Op zijn dertigste gaat hij op zoek naar de plek waar hij destijds zijn moeder en broer kwijtraakte.

Net terug van SchipholHet is een waargebeurd verhaal over mensen, woorden, vergeving en genade. Niet zomaar een waargebeurd verhaal, maar eentje dat mij raakte. Nee, meer dan dat. Het ging dwars door mijn hart. Mijn eigen adoptie werd tastbaar. Ik zag mezelf als kleine uk lopen door het desolate Indiase landschap. Ik schoot vol, de tranen rolden over mijn wangen. ‘Zo mooi, liefdevol en tegelijk pijnlijk’, snikte ik tegen mijn goede vriendin die naast me zat. ‘Misschien maken onze verlangens naar familie ons wel gelukkig.’

Tijdens de film realiseerde ik me voor het eerst hoe het moet zijn voor veel andere geadopteerde mensen. Zij die wél willen weten wie hun biologische moeder is. Waar ze vandaan komen. Op wie ze lijken. Ik kan me dat ook voorstellen, zeker als je nog herinneringen bewaart aan de periode uit het land van herkomst. Als je nog weet hoe het voelde om een kind te zijn in dat andere leven.

Ben ik zelf niet op zoek naar mijn biologische moeder? Deze vraag stellen mensen me nog dagelijks. Het antwoord is een volmondig nee. Mijn Koreaanse roots interesseren me net zo veel als een bosje bloemen. Begrijpt u me niet verkeerd. Als ik in de spiegel kijk, wil ik mijn afkomst niet verloochenen. Maar ik ben van binnen 100 procent Nederlands. Bovendien kan ik niet iemand missen die ik nooit hebt gekend. Over de eerste zeven maanden van mijn leven in Korea weet ik niks. De herinnering is er dus niet. Mijn biologische moeder komt niet op mijn tijdlijn voor. Verdwenen tijd kun je naar mijn gevoel ook niet zomaar terughalen.

Soms vraag ik me wel af hoe mijn leven eruit had gezien als ik niet was geadopteerd. Wat als niemand voor mij had willen zorgen? Eerlijk gezegd kan ik me geen leven in Zuid-Korea voorstellen. Ik voel me thuis in Nederland. Ik ben hier vrij in elk opzicht. Ik mag houden van wie ik houd. Ik kan het werk doen dat ik leuk vind. Dankzij mijn ouders kan ik mijn leven leiden zoals ik dat wil.

Blog familie BinnenhofDe band met mijn vader en moeder is dan ook sterk. Ik heb het ontzettend met hen getroffen. Ook als ze mijn ouders niet geweest waren, zou ik hopen dat ze op de een of andere manier in mijn leven terecht waren gekomen. Ze zijn de mensen die me hebben geleerd lief te hebben, te verliezen, te lachen en nooit op te geven. Ik ben vereerd dat ze me hebben verwelkomd met de boodschap dat tolerantie sterker is dan angst. Ik ben blij dat zij de basis van mijn leven vormen.

Weet u wat ik met de jaren ook heb geleerd? Er breekt een dag aan dat je erachter komt dat je geen antwoord hebt op alle levensvragen. Dan kun je mokken of het gewoon accepteren. Stoppen met die zoektocht. Als je hebt wat je wilt, hoef je niet verder te zoeken. Het wordt niet altijd beter. Ik kan ook gelukkig zijn zonder te weten wat zich achter de volgende deur bevindt.

De stilte voorbij

Ik ben geen moeder. Een kinderwens heb ik ook niet. Dat broedgevoel heeft er bij mij nooit ingezeten. Toch doet het iets met me als ik lees dat er ergens een baby is gevonden. In Nederland. Zomaar in een vuilnisbak, op straat of in een park. Koud en alleen. Dat raakt mij recht in het hart. Ik ril bij de gedachte dat er baby’s onnodig kunnen sterven. Misschien omdat ik weet dat het anders kan. Zelf ben ik ook een vondeling. Geboren in Zuid-Korea en herboren in Nederland. Mijn ouders gaven me hier niet alleen een huis, maar bovenal een thuis. Als ik denk aan ‘lotgenoten’ die minder gelukkig terecht zijn gekomen, voel ik een steek in mijn maag. Die machteloosheid verpulvert me.

Ik wil graag helpen. Zoals schrijfster Griet Op de Beeck in haar boek Kom hier dat ik u kus schreef: ‘Ik wou dat ik de baby’s mee kon nemen, naar daar waar levens lang en breed waren, en zinnen glinsterden op zeeën en nachten wonderlijk warm bleven.’ Een utopie? Wellicht. Maar beter dan de rauwe werkelijkheid: vondelingen die eindigen op de stort.

Kleine Anouk 2Wat is een vondeling precies? Een vondeling is een baby of jong kind dat door zijn of haar ouders wordt achtergelaten. Er worden in Nederland per jaar gemiddeld 1,5 kind te vondeling gelegd. Vaak gaat het om alleenstaande en jonge vrouwen die niet voor hun baby kunnen zorgen. Veroordeel ze niet te snel. Zoiets doen ze niet voor de lol. Ze zijn wanhopig en kunnen nergens heen. Ik voel het panikeren van deze radeloze vrouwen. Zo jammer allemaal, zo verschrikkelijk jammer. Was er maar iets dat ik kon doen.

Ik wil dat er iets verandert in Nederland. Een baby anoniem te vondeling leggen is hier strafbaar, maar is dat terecht? Dat moet anders. De Nederlandse wet zegt dat een kind recht heeft om te weten wie zijn of haar biologische ouders zijn. Wat een onzin! Ik ken mijn geboorte-ouders niet. Ben ik daardoor beschadigd? Welnee! Bovendien gaat het hier om leven en dood en niet om juridisch getouwtrek. Niet blijven bij wat ooit zo is beslist, omdat het ooit zo is beslist. Tijd voor een kleine revolutie.

Barbara Mulder is zo’n revolutionair. Zij richtte in 2014 Stichting Beschermde Wieg op. Samen met haar team biedt ze een oplossing voor moeders die geen andere uitweg zien. Zij kunnen hun baby anoniem en met vertrouwen achterlaten in een vondelingenkamer. Ik onderstreep dat het om uitzonderlijke gevallen gaat. Zomaar je baby wegdoen is natuurlijk niet de norm.

Nu wordt de Beschermde Wieg mogelijk vervolgd. Een malicieus spel met een groep vrijwilligers die niets hebben misdaan. We hoeven de moeders in kwestie geen absolutie te verlenen. Maar we moeten de dingen niet gewoon laten gebeuren en voorbij laten gaan. Het rechtssysteem in Nederland zal niet van de ene op de andere dag veranderen. Om het bespreekbaar te maken in de Tweede Kamer zijn er 40.000 handtekeningen nodig. Ik hoop dat die handtekeningen er komen.

Recente portretfoto Anouk - fotocredit Aad MeijerIk strijd nu voor het eerst mee voor iets wat me na aan het hart ligt. Ook wel een beetje eng. Maar toch. Sommige verlangens zijn sterker dan alle angsten. Misschien dat er ooit een dag komt dat alles anders is. Een wereld waarin moeders hun baby niet in de vuilnisbak of een sporttas hoeven achter te laten, maar een uitweg hebben. Dat vondeling zijn niet meer iets raars is. Mensen geen gezichten meer trekken alsof je examen doet in het vak waar je echt niet sterk in bent. Babykamers legaal worden gemaakt. En het niet meer strafbaar is om baby’s te redden van een onnodige dood. Hoe mooi zou het zijn als er nergens meer een taboe op rust. Hopelijk zijn we de stilte snel voorbij.

Help je ons mee 40.000 handtekeningen op te halen? Teken hier de petitie. Vervolg moeder en Stichting Beschermde Wieg niet!

Het vergeten kind

Hallo moeder uit Korea,

Ik heb er een nieuwe hartsvriendin bij. Ze heet Joan. We werken allebei op het ministerie. Ja, ik denk dat je haar wel mag. Het is een lieve en goedlachse collega. Net als ik heeft ze zwarte lokken, spleetoogjes en kuiltjes in haar wangen. Joan is ook geadopteerd. Sterker nog: ze is in Zuid-Korea geboren.

De vriendschap is nog pril. Toch voelen we ons vanaf het eerste moment met elkaar verbonden. Mijn chingu Joan is deze zomer een maand naar haar familie in Korea geweest. Zij wel. Zoals je weet, hoeft dat voor mij niet. Haar vader en moeder leven niet meer. Om een lang verhaal kort te houden. De oudste broer heeft haar jaren geleden opgespoord. Daar wil ik je graag over vertellen, mailt ze me vlak voor vertrek. We spreken af na de zomer samen te lunchen.

Op een regenachtige dag in september zitten 2 vrolijke Koreaantjes tegenover elkaar. Ik verheug me op de vakantieverhalen van Joan. Ondertussen eten we samen witte rijst met hete saus. ‘Eerlijk gezegd ben ik blij hier in Nederland te wonen’, begint ze. ‘In Korea was ik huisvrouw geworden, of in ieder geval een tamme vrouw.’ Ik knik. Dat lijkt me nogal wiedes. Was jij ook gedwee mama? Mijn ogen zijn op Joan gericht. Ik verwacht een ik-ben-een-sterke-vrouw betoog. Iets wat ik uiteraard zal toejuichen. Wat ze me gaat vertellen, overdondert me totaal.

Blog Het vergeten kind - Met JoanNa de Koreaanse oorlog heerst er grote armoede in het land. Ouders gaan tot het uiterste om hun kinderen een betere toekomst te geven. Dat dwingt hen vaak tot drastische acties. Alles om te overleven. Daar weet jij waarschijnlijk alles van. Joan is 6 jaar als ze met haar jongere broertje en zusje naar Nederland komt. Haar 2 oudere broers en zus blijven achter in Korea, bij de biologische ouders. Mijn vriendin ziet haar familie op jonge leeftijd uiteenvallen. Dat zal niet de eerste keer zijn.

Op een ochtend zit Joan met haar ouders, broertje en zusje in de bus naar de stad. Dat is de dag dat haar leven voorgoed verandert. Joan voelt dat er iets gaat gebeuren. Haar vader en moeder gedragen zich anders dan normaal. ‘Ze vertellen ons dat de tijd is gekomen om bij een “oom en tante” in een ander land te gaan wonen’, blikt Joan terug. ‘Daar denk ik verder niet bij na. Ik ben een gehoorzaam kind. Als we bij een groot gebouw aankomen, gaan mijn ouders even naar het toilet. Ze komen ons nooit meer ophalen.’

Mijn maag krimpt ineen. Volgens Joan moet het ook vreselijk geweest zijn voor haar moeder. Ik kijk haar verbaasd aan. Het blijft stil. Dan gaat ze verder: ‘Het afstaan van haar 3 jongste kinderen was niet haar eigen idee. Ze heeft dit nooit gewild. Je moet weten dat mijn familie erg traditioneel is. In Korea is het oudste familielid de baas. Of in ieder geval de man. De dag dat mijn moeder ons achterliet, stierf haar hart van binnen. Sindsdien heeft ze nooit meer gelachen. Dat hoorde ik later van mijn oudste broer. Hij is inmiddels zelf overleden. Mijn vader heeft op zijn manier verdriet gehad en later ook spijt.’ Werd jij ook gedwongen mij weg te geven mama?

Blog Het vergeten kind - kleine Anouk babyTerug naar het kindertehuis. Joan en haar broertje en zusje zijn ‘wees’ geworden. Echt snappen doet ze het niet. Plotseling vervult ze de rol van vader, moeder en grote zus tegelijk. ‘Ik voel veel maar mag niet breken’, fluistert ze. ‘Mijn broertje is een baby en krijgt nog altijd borstvoeding. Ik moet dus voor melk zorgen. Elke dag kijk ik om me heen naar vrouwen met grote tieten. Ik vraag of hij aan de borst mag. Er werkt een vrouw in het kindertehuis die hem wel wil voeden. Dat is dan in ieder geval geregeld.’

Na een enkele weken wordt het drietal geadopteerd door een jong stel uit Nederland. Met hun nieuwe moeder klikt het niet. ‘Het voelde vanaf het begin niet goed’, vertelt Joan. ‘Moet je voorstellen dat je van de ene op de andere dag in een wildvreemd land terecht komt. Ik mis mijn eigen mama verschrikkelijk. Opeens staat er de naam Johanna in mijn paspoort. De mensen uit het dorp noemen me liefkozend Johanneke. In Korea at ik 3 keer per dag rijst en hier krijg ik boterhammen met pindakaas, en melk.’ Bij dat laatste trek ik een vies gezicht. ‘Gelukkig pas je je als kind snel aan’, zegt ze.

Na 3 jaar gaan de nieuwe ouders van Joan scheiden. Weer wordt er een gezin uit elkaar gerukt. De vrouw neemt haar broertje mee en de meiden komen weer in een kindertehuis terecht. Deze keer in Rotterdam. Uiteindelijk brengen Joan en haar zusje de rest van hun kinderjaren door bij een oom en tante in Rijswijk. Zij nemen de 2 nichtjes liefdevol op in hun gezin. ‘Daar leer ik voor het eerst hoe het voelt om ergens bij te horen’, vertelt ze. ‘Dat familiegevoel had ik erg gemist.’

Blog Het vergeten Kind - boekenleggerIk ben onder de indruk van Joan. Het verhaal van haar zoektocht naar een eigen thuis raakt me diep. Zelf heb ik geen herinneringen aan jou. Dat vind ik prima zo. De volgende dag geeft Joan me een cadeautje uit Korea. Het is een boekenlegger met daarop een traditionele Koreaanse jurk. Ik stop het in de biografie van Madeleine Albright. Een souvenir aan een geboorteland waar ik weinig van af weet. Opeens schiet me iets te binnen wat ik je nog altijd wil voorleggen. Ooit las ik ergens: ‘Het is niet de taak van een kind om van de ouders te houden. Maar van de ouders om van het kind te houden.’ Ik hoop dat jij dat ook zo voelt. Een kind afstaan doe je vast niet voor je lol.

Ik ben ervan overtuigd dat niet iedereen halsoverkop mag adopteren. Sommige mensen zijn nu eenmaal niet in de wieg gelegd voor het ouderschap. De pleegmoeder van Joan kon het niet aan. Ze besefte niet dat het hard werken is om een ontheemd kind weer een veilig thuis te geven. Je hebt daar ook een bepaald inlevingsvermogen voor nodig. Dat schattige Chineesje heeft vaak al veel meegemaakt en neemt zijn bagage mee naar Nederland. Niet alle weesjes hebben het geluk een nieuw huis te vinden. Zij brengen de rest van hun jeugd in het weeshuis door. Ook zij verdienen een kans op een beter leven. Ik ben blij dat jij me die mogelijkheid hebt gegeven, eomeoni.

Je dochter uit Nederland

Tante Bep

Ze is 96 en nog steeds prachtig. Typisch zo’n mevrouw die meesterlijk mooi oud is geworden: charmant, natuurlijk en vol levenslust. Dat straalt ze uit, van top tot teen. Tante Bep, het kleine zusje van mijn lievelings opa. De favoriete tante van mijn moeder. In haar jongere jaren was ze al een echte beauty. Haar gevoel voor stijl is tijdloos. We delen onmiskenbaar onze liefde voor kekke jurkjes, zwierige rokjes en klassieke sieraden. Modemeisjes in hart en nieren.

Blog tante Bep - opa, oma en Bep 2

Oma, opa en tante Bep

Er zijn slechts een handjevol vrouwen die me inspireren. Tante Bep is er eentje van. Ze maakt elke keer weer een verpletterende indruk op mij. Niet alleen met haar feilloze modegevoel, maar ook met een waanzinnig scherpe geest. Ze weet precies wat er speelt in de huidige wereld. Sterker nog, ze blijkt helemaal op de hoogte te zijn van mijn reilen en zeilen. Dat leest ze op Facebook, via het account van haar zoon Jan.

Nee, deze dame is beslist geen digibeet. Ze is een groot fan van de moderne apparatuur. Boeken leest tante Bep uitsluitend op haar e-reader. Ook heeft ze dagelijks contact met haar andere zoon in Canada. Niet per telefoon, maar via FaceTime. Dan stuurt ze vanaf haar iPad leuke kiekjes naar de kleinkinderen. Onlangs maakte ze een video waarin ze de familiestukken filmde. In het filmpje vertelde ze iets meer over de geschiedenis. Voor als ze er zelf niet meer zou zijn.

Als ik haar afgelopen voorjaar weer zie, draagt ze een roze pakje met daarop een elegante broche. Eentje waar Grace Kelly haar goedkeuring aan zou geven. Tante Bep toont meteen veel interesse in mij. Dat doet ze wonderwel. In haar enthousiasme steekt ze van wal. ‘Ben je klaar voor de Roparun’, vraagt ze. ‘Wat leuk dat je meedoet aan de marathon van New York’, roept ze er achteraan. ‘Ik lees je verhaaltjes altijd met veel plezier.’ En dan tenslotte: ‘Een knappe jongen hoor, jouw vriend. Gaat het goed met jullie?’

Blog tante Bep - opa en Bep (versie papa)

Opa en tante Bep

Omgekeerd hoor ik graag over het leven van deze bijzondere vrouw. Van mijn moeder weet ik dat ze het nodige heeft meegemaakt. Ups & downs. Ik beeld me zo’n romantische film in uit vervlogen tijden met Carice van Houten in de hoofdrol. Wie een beetje hang naar nostalgie heeft, weet haar verhalen zeker te waarderen. Vergis je niet, het zijn beslist geen vroeger-was-alles-beter-betogen. Ze is geen oude zuurpruim die kirt over futiliteiten. Integendeel: ze lijkt zich prima te vermaken in het hier en nu. Daar heb ik bewondering voor. Oké, tante Bep doet tussen de middag een dutje. Dat privilege heeft ze als hoogbejaarde dame. Maar verder gedraagt ze zich totaal niet als een fossiel. Leeftijd speelt bij haar geen rol.

Tante Bep is een voorbeeld van hoe het ook kan zijn. Wij vrouwen moeten stoppen met negeren dat we ouder worden. Stoppen met verlangen naar de eeuwige jeugd. Je vecht vooral tegen jezelf, tegen je onvermogen te accepteren dat je niet voor altijd 18 bent. Tante Bep begrijpt dat ze ‘het verval’ toch niet kan tegenhouden, maar zuur worden wel. Er zijn dames die voor eeuwig jong wensen te blijven. Wat heeft dat voor zin? Waarom zou je krampachtig vasthouden aan iets dat onherroepelijk voorbij gaat. Mens, durf te leven, denk ik dan.

IMG_2181Zelf worstel ik totaal niet met mijn leeftijd. Bij de slijterij moet ik me nog geregeld legitimeren. Een groter compliment kun je niet krijgen. Toch schijn ik een paar grijze haren te hebben. Geen probleem. Mijn kapster tovert deze doodleuk om naar ‘natuurlijk’ zwart. En ach, die paar lachrimpeltjes onder mijn ogen onderstrepen mijn gevoel voor humor. Lach om je leeftijd. Ik roep liever: ‘Oh god, ik nader al de 40’ dan dat ik de hele tijd bij de plastisch chirurg zit. Vanaf nu bejubel ik ouder worden met ijsjes en gin tonics. Ik wil net zo cool oud worden als tante Bep.

Bloedbroeders

Lieve Lars en Sven,

Blog broederliefde - in de buggy‘To know one is to love one’, zingt Stevie Wonder. Bij ons is dat humor, herkenning en Formule I. Vooral dat laatste brengt ons dichter tot elkaar. Herinneren jullie je nog dat we bij papa en mama op zondagmiddag achter de buis gekluisterd zaten? Het waren de gloriedagen van Ferrari en ‘Schumi’. We woonden toen al jaren niet meer thuis, maar keken tijdens het raceseizoen het liefst samen naar de snelle jongens in hun supersonische racebolides. Een kopje thee drinken met onze ouders? Best. Na de race, dat was nogal wiedes. Veel is er niet veranderd. Toen we onlangs bij mama op bezoek waren, opperde Lars nog doodleuk dat we best even naar de Grand Prix konden kijken. Op Moederdag nota bene. Zaten we daar met zijn allen aan de taart. Gelukkig nam mama het sportief op. Ze zei gekscherend dat er maar drie zotjes in de familie zijn.

Tja, grote broers. Bijkomend voordeel: ik heb er twee beschermengelen bij. Maakt me dat een gelukkiger mens? Nee, dat niet. Wel een mazzelaar. Vroeger kreeg ik net iets meer aandacht. Ik beken, dat vond ik best tof. Natuurlijk speelde ik jullie graag tegen elkaar uit. Achter dat engelengezicht zat een gewiekst kind. Rondrijden in de buggy vond ik geweldig. Jullie duwden me om beurten de kamer door. Met verve. Alsof jullie hoogstpersoonlijk een Ferrari Testarossa bestuurden.

Het moest voor jullie wel bijzonder zijn geweest om een zusje uit een ver land erbij te krijgen. Adoptie was in de jaren ’70 toch nog iets aparts. In die tijd schreef mama in haar dagboek: De eerste dagen volgen Lars en Sven alles vol belangstelling. Ze wijken niet van je zijde. Je broers zijn stapelgek op je. We hadden gedacht dat ze jaloers zouden worden op de aandacht die jij kreeg, maar dat is niet zo. Sven zoent je de hele dag, Lars verzorgt je meer. Hij voelt zich erg groot met zijn kleine zusje. Je vond het prachtig, want je lachte veel naar hem. Sven is vreselijk trots op elke vordering die je maakt en vertelt dat aan iedereen die maar luisteren wil. Hij overdrijft er ook wel bij.

IMG_3409Onze band was vanaf de eerste dag goed, nog steeds. We lopen de deur niet bij elkaar plat, maar tonen genoeg interesse in elkaars reilen en zeilen. De laatste jaren doen we meer leuke dingen met elkaar: uit eten, borrelen of samen naar Breda Live gaan. Zelf bewaar ik vooral fijne herinneringen aan de periode waarin we regelmatig met zijn drietjes naar de bios gingen. We haalden het grappigste in elkaar naar boven. Krankzinnig en geestig waren we in de zaal. Beetje tof tegen elkaar lopen doen. Ik lag dan vaak te schuddebuiken van het lachen. Malle jongens! Humor houdt ons op de been.

Net als alle broers en zussen kennen wij ook onze ups en downs. We kunnen bijvoorbeeld streng tegen elkaar uitvallen. Soms lopen de emoties hoog op en vliegen we uit de bocht. Het is niet altijd even makkelijk om als kleine ninja tegen jullie op te boksen. Tijdens een woordenwisseling verlies ik vaak het overzicht. Kleine dingen worden opeens ingewikkeld en dan raak ik in paniek. Ons geduld raakt vlug op, maar de boosheid is snel over. Onze stop & go penalty’s duren nooit lang. Vaak lopen we even weg, tanken bij en gaan weer op goede voet met elkaar verder. Zelfs tijdens lastige momenten proberen we achteraf altijd de humor van een situatie in te zien.

Blog broederliefde - IJmuidenJullie zijn soms echte stomme broers, vooral vroeger. Ik heb weleens gewenst dat ik een grote zus had, ik zeg het eerlijk. Maar we zijn er voor elkaar, no matter what. Als één van ons onrecht wordt aangedaan, zijn we heel territoriaal. Daar herkennen we elkaar in. Maak geen ruzie met Team Bakker. Voor jullie heb ik alles over. Ik loop er 100 kilometer voor als het moet. Want: jullie zijn namelijk wel mijn stomme broers. Ik deel misschien niet hetzelfde DNA, maar voel me voor altijd met jullie verbonden. Ons bloed stroomt door hetzelfde hart. De broederliefde zit er, rotsvast.

Jullie kleine zusje

Banger hart

Onbaatzuchtige liefde, zo moet de band zijn tussen ouders en kind. Helaas gaat dit niet altijd op. U kent in uw omgeving misschien wel mensen die geen contact meer hebben met hun vader en moeder. Verjaardagspartijtjes worden vermeden en kleinkinderen groeien op zonder hun opa en oma te leren kennen. Hartverscheurend. Het is soms haast ondraaglijk, omdat het je angstig maakt, en verdrietig. Wat moet je daarmee, met die gevoelens, als het proces zo groot en onomkeerbaar lijkt? Uit onmacht verbreken veel kinderen alle banden met hun ouders, maar de navelstreng wordt niet doorgeknipt.

IMG_2987Aan je familie zit je vast. Als kind kun je niet van je ouders scheiden. Zoiets is toch ook onmogelijk, dacht ik altijd. Totdat ik in mijn studententijd een stukje in de krant las over een jonge vrouw die haar adoptie juridisch liet terugdraaien. Van de ouders die zich 20 jaar geleden over haar ontfermden, wilde ze voorgoed af. Ze was slechts een paar jaar ouder dan ik en ook van Koreaanse origine. Wat was het geval: adoptie kan op grond van artikel 231 (Boek 1) van het Burgerlijk Wetboek ongedaan worden gemaakt. Of ‘herroepen’, zoals het daar heet, want het gaat om het terugdraaien van een juridisch besluit, niet om het veranderen van een biologisch feit. Maar er is een streng beperkende voorwaarde aan verbonden. Het verzoek moet door de geadopteerde worden ingediend niet eerder dan 2 jaren en niet later dan 3 jaren na de dag waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. Tussen je 20e en 21e dus. Raar maar waar.

Voor het eerst ging ik echt serieus nadenken over mijn eigen adoptie. Ik zat op de journalistenschool en het verhaal van deze vrouw borrelde in mijn gedachten. Wat een wereld van verschil, dacht ik. Mijn ouders brachten me juist bij dat je je hart helemaal kunt openen voor iemand die totaal anders is dan jij. Het Nieuwsgierige Aagje in mij domineerde en brutaal nam ik contact op met haar advocaat mr. Miel Koomen. In zijn bijna 30-jarige carrière heeft hij ruim 15.000 adoptiezaken afgehandeld. Omdat ik zelf was geadopteerd, stemde hij uiteindelijk in met een interview. Met veel overredingskracht lukte het me ook om een afspraak te maken met de geadopteerde vrouw, Nancy heette ze toen. Naar verluid heeft ze na de scheiding van haar ouders haar Koreaanse naam weer aangenomen. Van wat Nancy en haar advocaat destijds precies vertelden, herinner ik me helaas niet zo veel. Maar dat ik ze ooit heb gesproken, heeft me nooit meer losgelaten.

IMG_4965Na ruim zeventien jaar drinken mr. Koomen en ik samen weer een Haags bakkie. Die dag zit ik er niet meer als een naïef schoolmeisje, maar als een gelijkwaardige gesprekpartner. Hij grinnikt om de naam The Running Ninja en praat openhartig over zijn werk. ‘Soms is er gewoon geen klik’, zegt hij. ‘Die chemie moet er wel zitten. Net zoals je dat ook hebt met andere dingen in het leven zoals je partner of met je vrienden. Je weet van tevoren niet wat voor kind je in huis haalt, zowel genetisch als emotioneel niet. In mijn omgeving zie ik veel gezinnen waarin het goed gaat, maar soms verloopt het iets minder soepel. Opeens gaat er een schuifpui dicht en omringt het kind zichzelf met dubbel glas.’

Bij Nancy weet ik niet precies hoe het is gegaan. Ik ken alleen haar kant van het verhaal. ‘Ze werd gekleineerd en gediscrimineerd door haar eigen ouders’, vertelt advocaat Koomen. ‘Ze scholden haar uit voor spleetoog en riepen dat ze dankbaar moest zijn voor haar adoptie.’ Allemachtig, het lijkt me verschrikkelijk als je eigen vader en moeder zulke nare dingen over je zeggen. Welke ouders doen nu zoiets? Daar bestaat geen enkel excuus voor. Ik begrijp hoe naar het is om je afgewezen en verraden te voelen. Dat je dan wilt vluchten en uit zelfbescherming die ‘kunstmatige’ band met die mensen doorsnijdt.

Toch heb nooit begrepen waarom deze vrouw haar adoptie heeft laten herroepen. Hoewel ik sympathiseer met Nancy, profileer ik me als journalist het liefst als Zwitserland. Ik probeer neutraal te blijven en zweer trouw aan het hoor- en wederhoorprincipe. Er zijn altijd twee kanten van een verhaal te vertellen. Natuurlijk weet ik dat geadopteerde kinderen vaak emotioneel beschadigd zijn. We leven intuïtief en de intensiteit van de emotie is sterk. Een aantal van ons lijdt aan het geen-bodemsyndroom en treiteren hun adoptieouders net zo lang totdat de bom barst. Woede en teleurstelling is voor hen bekend terrein. Wat van jou is, is niet meer van mij. Op hun familienaam kunnen ze niet trots zijn. Als ik die naam niet meer heb dan is alles goed, moet Nancy gedacht hebben.

Kleine Anouk aan telefoonDat is natuurlijk niet zo. Het gaat haar leven niet veranderen. Verdriet verdient een antwoord, maar soms is er geen. Dat is het leven: je ergens bij neerleggen, niet alles is te lijmen. Denk niet dat ik nooit met dingen wil gooien. Ik weet wat dat voor woede is. Niemand is immuun voor het nieuws dat je bent afgestaan door je eigen moeder. Maar ik heb het verdriet omarmd, want in deze wereld worden we al genoeg beheerst door angst. De angst om te verliezen, niet goed genoeg te zijn, alleen te zijn, alleen oud te worden, eenzaam te sterven. Door die angst vergeten we te leven. Maar dat bange meisje ben ik niet meer. Want een ding heb ik na 37 jaar geleerd: familie is sterker als je aan dezelfde kant staat. Geërfd van mijn adoptieouders.

Met open armen

Waar praten mensen het liefste over? Juist ja, zichzelf. Dat doe ik ook. Alleen praat ik niet over mijn adoptie. Als mensen ernaar vragen, valt het gesprek dood. Dan voel ik me de levende versie een NS-stiltecoupé. Dag mevrouw spraakwater! De journalist die dagelijks met onbekenden spreekt, klapt dan dicht. Ik probeer het gesprek te kantelen naar een ander onderwerp. Minder diepgang, minder emotie, politiek desnoods.

Statiefoto ons gezinZo vroeg een collega onlangs of ik dat nieuwe tv-programma ‘Met open armen’ weleens had gezien. Nee, dus met frisse tegenzin heb ik het vorige week gekeken. Bleh, met Natasja Froger. Die overdreven vriendelijke presentatrice die zo van drama houdt, laten we daar niet om heen draaien. Natas volgt de zoektocht van stellen die jarenlang op een wachtlijst staan om een kindje te adopteren. De aankomende papa’s en mama’s vertellen oprecht, lief en welja soms ook ontroerend over hoop, verlangen en angst. Mevrouw Froger zoekt vooral naar het bijzondere verhaal van deze mensen en drukt ze nog net geen doosje met tissues onder hun Hollandse neus.
Het moment suprême is natuurlijk wanneer de blije ouders het kindje in hun armen sluiten. Het kersverse gezin gaat helemaal op in het nieuwe geluk. Voor even bestaat de buitenwereld niet. Daar werkt de regisseur vakkundig naar toe. Lekker inzoomen op dat schattige peuterhoofdje en focussen op twee volwassen mensen die daar wel een beetje emotioneel van worden.

Dit soort sentimentele tv is duidelijk niet mijn kopje thee. De gesuikerde laag om het programma heen vind ik niet nodig. Voor mij doet een traantje-weg-pinkende-Natasja Froger niets. Adoptie is geen tearjerker. Als volwassen geadopteerde vrouw wil ik er vooral lucht in brengen, humor en ook lol. Reflectie jazeker, daar heb ik dan wel weer wat mee. Begrijpt u me niet verkeerd. Het is best bijzonder voor adoptieouders om hun kindje voor het eerst met open armen te ontvangen. Maar geldt dat niet voor alle ouders? Vergelijk dat ophaalmoment met een natuurlijke bevalling. Je adoptiekindje vasthouden voelt als een geboorte. Het enige verschil is dat dit kindje uit een vliegtuig komt en niet uit een buik.

Kleine Anouk met balVoor mijn moeder voelde het ook bijzonder. Ze heeft mijn allereerste dag in Nederland beschreven in haar dagboek. Laten we bij het begin beginnen en terugspoelen naar 12 mei 1978. Met haar toestemming deel ik een passage uit haar memoires: Anouk, het is moeilijk alles op een rijtje te zetten. We waren zo vol van je. Het meest logische lijkt me, met de eerste dag te beginnen. We gingen vroeg naar bed, maar konden geen oog dicht doen. Het was ook zo moeilijk, jij daar ergens hoog in de lucht op weg naar ons, en wij wachtend op het moment dat we op konden staan om naar je toe te gaan. Weer moet ik huilen bij de herinnering. Toen je op Schiphol aankwam, had je er een reis van ongeveer 30 uur opzitten. Wij stonden ’s nachts om 4 uur op, bang als wij waren om te laat te komen. Op Schiphol moesten we samen met de andere ouders, broertjes en zusjes nog een tijd wachten. In de perskamer was het tjokvol. Toch werd er weinig gepraat. Iedereen was zenuwachtig en erg geëmotioneerd. Ineens was er babygehuil en kwam het eerste broertje en zusje, daarna kwamen twee zusjes en toen kwam jij. Je lag heel stil in mijn armen, maar bij het zien van anderen begon je te huilen. Gauw zijn we naar een rustiger plekje gegaan. Het bleek dat je dorst had. Papa, Lars en Sven zijn snel je fles gaan warmen. Ik bleef wat op en neer met je lopen. Dat vond je fijn. Zodra je je buik vol had, kregen wij je eerste lachje te zien. We hebben tijden met je zitten keutelen, zijn daarna op zoek gegaan naar de fotograaf en hebben je tenslotte verschoond. Als één der laatsten vertrokken we. Toen we in de parkeergarage uit de lift stapten, stonden daar opa en oma te wachten. Het werden drukke dagen. Het huis was vol bloemen, er kwamen felicitatiekaartjes en je werd overstelpt met cadeaus. Je was vriendelijk tegen iedereen. Je lachte lief.

Vroeger golfen met mamaNog steeds krijg ik kippenvel als ik dit lees. Haar dagboek zit heel, heel dicht tegen mijn ziel aan. Geen moeilijkdoenerij of krokodillentranen, maar oprechte emotie. Dat is de truc: je kunt een beetje van jezelf laten zien zonder alles bloot te geven. Hoewel ik geen fan ben van ‘Met open armen’ keur ik het programma zeker niet af. Ik denk dat het goed is om een kijkje in de keuken te geven van het adoptieproces, maar laat het kind buiten de camera. Vind je het niks? Zap! Het is gewoon een kwestie van smaak. Iedereen gaat op zijn eigen manier om met adoptie. Ik ben The Running Ninja begonnen om mijn emotie uit te drukken. Om het ijs te breken. Misschien als u mij de volgende keer aanspreekt over het geadopteerd zijn, verras ik u met mijn reactie. Ik zal niet dichtklappen. Dat beloof ik. Zolang we maar niet hoeven te praten over Natasja Froger.

Made in Korea

Weten waar je vandaan komt, is de manier om je identiteit te behouden. Ik ben Anouk Bakker, 37 jaar en een vondeling. Als baby van drie maanden ben ik afgestaan door mijn biologische moeder. Dat stond in mijn adoptiepapieren. Ik werd gevonden op de stoep voor het politiebureau in Seoel. Keurig verpakt in een schoon setje kleren en een polsbandje met daarop mijn naam en geboortedatum. Ik heette Hye-Jin Kwon en was geboren op 14 oktober 1977 in de Koreaanse hoofdstad. Mevrouw Kwon kon opgelucht adem halen: ik was veilig, ik werd gevonden. Ze wist dat ik naar het kindertehuis zou worden gebracht.

Vroeger aan zeeIk was zeven maanden toen ik werd geadopteerd en heb altijd geweten dat ik een vondeling ben. Boosheid naar mijn geboortemoeder heb ik niet. Hoe kun je nu slecht praten over ouders die je nooit hebt gekend? Ze heeft het gedaan met de intentie dat ik gevonden werd, dat het goed zou komen met me. Daar ben ik van overtuigd. Het is heus niet zo dat een moeder haar kind achterlaat en nooit meer aan dat kind denkt. Die gedachte heb ik op de kleuterschool al weggebonjourd naar het land der fabelen.

Met het feit dat ik een vondeling ben, heb ik nooit problemen gehad. Ik vond het ook nooit moeilijk om erover te praten. Het is gewoon zo gebeurd en het is misschien wel mijn redding geweest. Die gedachte flitste ook door mijn hoofd toen ik vorige week het nieuwsbericht las over de twintig dagen oude baby die in Amsterdam werd gevonden in een vuilniscontainer. Een ondergrondse vuilniscontainer nota bene. Er moest iets verschrikkelijks aan de hand zijn geweest, dit kon niet zomaar gebeuren. Je kind te vondeling leggen doe je niet zomaar. Dat is een niet te bevatten noodsituatie.

Gelukkig voor mij, heeft mijn biologische moeder dat toch gedaan. Want hoe had mijn leven eruit gezien als ik niet was geadopteerd? Daar wil ik nog niet eens over nadenken. Waarschijnlijk krijg ik dan een blik in een andere wereld. Brr, het idee alleen al. Ik hou van Holland. Er is geen plek op aarde waar ik liever zou zijn opgegroeid. Ik heb u lief heerlijk landje. Toen ik hier als baby arriveerde, stond er een onzichtbaar bordje: welkom!

Nederland ontving me met open armen en ik integreerde snel. Ik voelde me in no time thuis. Alleen mijn spleetogen herinnerden me nog aan Korea. Daarvoor moest ik een reality check doen in de spiegel. Begrijp me niet verkeerd, ik ben trots op mijn Koreaanse roots, maar diep in mijn hart ben ik toch meer een Kaaskop.

Kleine Anouk op schaatsenMaar hoe je het ook wendt of keert, adoptie is een verlengstuk van mijn persoonlijkheid. Het is dus maar goed dat er genoeg vrouwen op aarde zijn die kiezen voor een kind uit een vliegtuig en niet voor een kind uit hun buik. Dat is niet egoïstisch, maar realistisch. Waarom moet je per se zelf zwanger worden om je moeder te kunnen voelen? Ik vind het juist onbaatzuchtig om een weesje uit een minder bedeeld land een eerlijke kans te geven in het leven.

Ik heb dus geen zielig verhaal te vertellen. Als dreumes koketteerde ik overigens wel dagelijks dat kindjes uit Korea zielig waren. Maar daar sprak de drama Queen in mij, niet de waarheid. Adoptiekinderen zijn niet sneu, evenmin als weesjes die te vondeling zijn gelegd. Uit iets triest, ontstaat soms ook iets moois. Het is namelijk niet altijd een kwestie van geluk waar je wieg staat, maar vooral wie je uiteindelijk onder hun vleugels nemen. Als kinderen hun ouders konden kiezen, koos ik voor mijn vader en moeder. Zoals ze in Brabant zeggen: Niks mis mi.

Zoete olijven

Vroeger was ik een mini ninja die kleine avonturen beleefde. Onovertroffen waren crossen op mijn BMX-fietsje, het eten van bittere olijven en keten met Thijs. Hij was mijn buurjongetje slash allerbeste maatje. Saampjes vormden we een opvallend duo: hij een Hollands jongetje met blond haar en ik een ‘Chineesje’ die over hem baasde. Ja, we waren net de kinderen uit de tv-reclame van Duo Penotti (‘Twee kleuren in een pottie’). Ik wilde met niemand anders omgaan. Toen een ander jongetje uit de straat op een middag bij mij kwam spelen, was ik beledigd dat Thijs niet kwam opdagen. Het eerste uur heb ik die arme stakker het leven behoorlijk zuur gemaakt. De kreten ‘stomme trut’ en ‘Zal ik je eens in elkaar slaan’ waren favoriet.

Vroeger met ThijsThijs en ik waren Best Friends Forever. Ik viel hem dus ook lastig met mijn achtergrondverhaal. Zoals op 24 maart 1981. Twee kleuters zitten op de bank. Omdat ik de baas ben, gaat het gesprek in één richting:

‘Kom Thijs, mag je naar het boekje over Korea kijken’, roep ik.

‘Alle baby’s, ja.’

‘Kijk daar zijn de schoenen van de kinderen.’

‘Kijk alle baby’s.’

‘Dat, zie je dat. Leuk hè?’

‘Zo uit.’

‘Ik doe het niet meer mama.’

‘Ik doe het niet meer hoor Thijs.’

‘Want ik ben zo moe van het kijken.’

‘We gaan lekker met de Playmobil spelen.’

Op mijn derde nam ik dus al een stoere pose aan als het over mijn adoptie ging: afstandelijk, kort en bondig. Ik voelde geen diepe connectie met mijn geboorteland. Wanneer je aan me vroeg of ik ooit terug wilde naar Zuid-Korea zei ik steevast: ‘Sommige kinderen willen dat graag, maar voor mij hoeft dat niet zo.’ Mensen keken me dan met een niet-begrijpende blik aan. Misschien stelden ze zich wel gerust met de gedachte dat ik er ooit anders over ging denken. Er zijn geadopteerde kinderen die het onwijs machtig vinden om hun moedertaal te leren spreken, de meest exotische gerechten te kunnen bereiden en te sparen voor een reis naar het geboortedorp. Of ook leuk: familieleden opsporen. Het zal!

Anouk in De PontPrima voor de liefhebbers. Voor mij? Nee, dank je wel. Het onderwerp schuurt, maakt ongemakkelijk en geeft mij ook een schuldgevoel. Ik probeer al heel mijn leven dit soort gesprekjes op afstand te houden. Niet wéér dat verhaal. Of ik me daar soms lullig over heb gevoeld? Jazeker. Er was zowaar sprake van schaamte. Tot voor kort dacht ik dat het verre van acceptabel was om nul komma nul interesse te hebben voor mijn afkomst.

Maar mijn verhaal moet wel verteld worden. Daarom ben ik een half jaar geleden begonnen met bloggen. Het is voor mij schrijftherapie. Ik tik niet om onverwerkt verdriet te verwerken, maar omdat ik graag vertel. Mijn doel is niet per se de beste schrijver aller tijden worden, maar wel een blog opbouwen waar ik trots op kan zijn. De start is veelbelovend. Ik heb toffe reacties gekregen, en een paar daarvan zijn speciaal. Van geadopteerde kinderen, adoptieouders en familieleden die vertellen dat ze zich in mijn gedachtenspinsels herkennen. Toegegeven: dat raakt me.

Anouk at workDoor het schrijven over adoptie ben ik niet van mijn ‘geloof’ gevallen. Ik pieker er nog niet over om terug naar Zuid-Korea te gaan. Maar tja, wie weet. Het is net als met een goede whisky. Die moet je op zijn waarde schatten en leren drinken. Een proces dat jaren kan duren. Misschien boek ik over vijf jaar in een recalcitrante bui alsnog een retourtje Amsterdam-Seoul. Op de dag dat ik de royalty’s ontvang van mijn eerste boek. Als de olijven op een dag zoet smaken, is alles mogelijk.